- Een staand order is een door de arts vooraf vastgesteld behandelingsschema, waarin desgevallend verwezen wordt naar standaard verpleegplannen en/of procedures.
- Behalve in dringende gevallen kan een staand order enkel uitgevoerd worden na individualisering door de arts: nadat de arts heeft aangegeven bij welke patiënt het staand order moet worden toegepast.
- De arts vermeldt de voorwaarden waarin de verpleegkundige deze handelingen kan toepassen.
- De verpleegkundige beoordeelt of die voorwaarden vervuld zijn en voert enkel in dat geval de voorgeschreven handelingen uit. In het tegengestelde geval is hij/zij verplicht de arts in te lichten.
- Deze "staande orders" zijn gestandaardiseerde opdrachten die gedelegeerd worden aan de uitvoerders van de dringende geneeskundige hulpverlening (DGH).
- Einddoel is de outcome van de patiënt optimaal te garanderen.
- Urgentieartsen en verpleegkundigen worden geacht in de omschreven omstandigheden de opdracht(en) uit te voeren zoals gedelegeerd door het diensthoofd en stafleden.
- Indien op voorschrift van een arts afgeweken wordt van deze staande orders, dient dit na de interventie verduidelijkt en neergeschreven te worden in het medisch dossier.
- Een arts buiten het DGH-systeem ondertekent een voorschrift dat toegevoegd wordt aan het dossier.
- Basishandelingen zijn niet vermeld maar worden uitgevoerd zoals beschreven in het handboek voor ambulanciers (Ministerie van Volksgezondheid) en volgens de wet op de verpleging.
- Elke uitvoerder van de DGH verbonden aan de spoedgevallendienst verklaart zich akkoord met deze staande orders. Het bewust en onverantwoord negeren sluit hem/haar uit van verdere participatie in de DGH.
- De verpleegkundige en arts in opleiding voeren enkel de door de MUG-verpleegkundige of MUG-arts gedelegeerde handelingen uit, volgens het concept van deze staande orders.
Elke staande order heeft een vaste code: een letter volgens de ABCDE-groep plus een volgnummer, bv. T1 = zwaar (cranieel) trauma. Vermeld op de interventiefiche de toegepaste code(s).
| Letter | Groep |
|---|---|
| R | Reanimatie |
| A | Luchtweg |
| B | Ademhaling |
| C | Circulatie |
| D | Neurologie en bewustzijn |
| E | Omgeving |
| T | Trauma |
| S | Symptoombestrijding |
| V | Varia |
| P | Procedures |
Tijdens de reanimatie:
- Kwalitatieve thoraxcompressies: frequentie 100–120/min, diepte 5–6 cm, volledige recoil
- Minimaliseer onderbrekingen van thoraxcompressies
- Geef zuurstof — gebruik waveform-capnografie (bevestiging ETT-positie, kwaliteit van de CPR)
- Geef ononderbroken compressies na plaatsing geavanceerde luchtweg
- IV-toegang (voorkeur) of IO-toegang (backup)
- Geef adrenaline 1 mg IV elke 3–5 minuten
- Geef amiodarone 300 mg IV na 3 shocks, 150 mg IV na 5 shocks
- Bewustzijn tijdens CPR (CPR-induced consciousness): overweeg sedatie/analgesie
Identificeer en behandel reversibele oorzaken (4 H's en 4 T's):
Hypoxie
Hypovolemie
Hypo-/hyperkaliëmie
Hypo-/hyperthermie
Thromboembolie
Tensie(spannings)pneumothorax
Tamponade (hart)
Toxische substanties
Overweeg:
- Point-of-care echografie (POCUS), enkel als dit geen significante onderbreking van CPR veroorzaakt
- Mechanische thoraxcompressies (transport/behandeling)
- Coronaire angiografie en PCI
- Extracorporele CPR (eCPR)
- Start BLS 30:2, beademing met ballon, 100% O₂ 15 L/min
- Koppel monitor-defibrillator aan
- Bevestig asystolie of PEA (dubbele controle aansluitingen en kabels)
- Plaats IV-lijn (twee pogingen, max 2 min), NaCl 0,9% — zo nodig IO (IV eerst)
- Geef adrenaline 1 mg IV zo snel mogelijk
- Ga onverminderd voort met CPR
- Herhaal adrenaline 1 mg IV elke 3–5 min, cycli 30:2 tot geavanceerde luchtweg
- I-gel of intubeer (korte poging)
MUG en bevestig/fixeer — gebruik capnografie
- Denk aan 4 H's en 4 T's
- Bij ROSC: zie Na ROSC
- Start BLS, beademing met ballon, O₂ 100% 15 L/min
- Koppel monitor-defibrillator aan
- Bevestig ritme: VF of pVT
Bij ROSC: zie Na ROSC
- ABCDE, blijf monitoren
- SpO₂ 94–98%: titreer O₂ zodra de saturatie betrouwbaar is, vermijd hyperoxie
- Beademing: EtCO₂ 35–45 mmHg, vermijd hyperventilatie
- 12-afleidingen-ECG en doorsturen (STEMI → cathlab)
- Syst. BD >100 mmHg (MAP >65 mmHg)
- Glycemie meten
- Temperatuur: koorts voorkomen (≤37,7°C), niet actief opwarmen
CPR 2 min — IV/IO-toegang
CPR 2 min — overweeg ETT/I-gel, capnografie
CPR 2 min + adrenaline 10 µg/kg + amiodarone 5 mg/kg
• Diepte ≥⅓ van de borstkas (zuigeling ±4 cm, kind ±5 cm), 100–120/min, volledige terugvering
• Minimale onderbrekingen; wissel elke 2 min van compressor
• 15:2 tot geavanceerde luchtweg; daarna continue compressies en beademing: <1 j 25/min, 1–8 j 20/min, 8–12 j 15/min, >12 j 10/min
• 4 J/kg per shock (niet hoger dan de dosis voor volwassenen)
• Refractaire VF/pVT (≥6 shocks): overweeg ophogen tot 8 J/kg (max 360 J)
• Pads antero-lateraal; zuigeling of kleine kinderen antero-posterieur
• Adrenaline 10 µg/kg IV/IO (max 1 mg): 1 mg/ml verdund met 9 ml NaCl 0,9% → 0,1 ml/kg
• Amiodarone (Cordarone) 5 mg/kg IV/IO (max 300 mg) na shock 3 en shock 5
• Alternatief voor amiodarone, in overleg met MUG-arts: lidocaïne 1 mg/kg
• Steeds NaCl 0,9% en O₂ 15 L/min 100%
• Ballon-masker met O₂ 100%; I-gel of intubatie door de MUG
• Capnografie: lage EtCO₂ → verbeter de kwaliteit van de CPR
• Tekens van ROSC: voelbare pols en/of bloeddruk, plotse stijging van de EtCO₂
• Geen fingersweep in de mond
• Geen hyperextensie nek
• Hartmassage 1 vingerbreedte boven xiphoid
• Start CPR bij pols <60/min met hemodynamische weerslag
- Ineffectieve hoest of bewustzijnsverlies
- Aanhoudende ademnood na het verwijderen van het voorwerp
- Effectieve hoest: moedig hoesten aan, blijf bij de patiënt en observeer
- Ineffectieve hoest, patiënt bij bewustzijn: tot 5 rugslagen tussen de schouderbladen (patiënt voorovergebogen)
- Geen resultaat: tot 5 abdominale compressies (Heimlich)
- Blijf afwisselen: 5 rugslagen en 5 abdominale compressies
- Zwangerschap of obesitas: thoraxcompressies in plaats van abdominale compressies
- Bewustzijnsverlies: start reanimatie. Kijk voor elke beademing in de mond; verwijder enkel een zichtbaar voorwerp, geen blinde fingersweep
- Overweeg directe laryngoscopie en verwijderen met de Magill-tang
- Tot 5 rugslagen, zuigeling op de onderarm met het hoofd lager dan de romp
- Geen resultaat: tot 5 thoraxcompressies (twee vingers, onderste helft sternum)
- Blijf afwisselen; bij bewustzijnsverlies: start reanimatie kind (R2)
- Na abdominale compressies: steeds medische evaluatie (risico op inwendig letsel)
- Aanhoudende hoest, slikklachten of het gevoel dat er nog iets zit: transport voor verdere evaluatie
- Dreigende intubatienood
- Bewustzijnsverlies
- Onvoldoende beterschap na adrenalinetoediening
Quincke-oedeem (angio-oedeem): snelle zwelling van de diepere huid en slijmvliezen (lippen, tong, oogleden, keel), vaak zonder jeuk. Gevaarlijk bij zwelling van tong of larynx: heesheid, stridor, slikproblemen. Kan ook niet-allergisch zijn (bv. door ACE-remmers of erfelijk); dan hebben adrenaline en corticoïden minder resultaat.
- Verwijder oorzaak indien mogelijk (vb. angel insect)
- Monitoring: ECG, BD, SpO₂, AH — O₂ 15 L/min oxymask — IV-lijn met NaCl 0,9%
- Adrenaline IM, bij elke anafylaxie: adrenaline puur (1 mg/ml) 0,5 mg IM in de anterolaterale dij; herhaal na 5 min indien geen verbetering
- Bovenste luchtwegobstructie (stridor, heesheid, zwelling van tong of keel): zittende houding + aerosol adrenaline puur (1 mg/ml) 5 mg (5 ml)
- Circulatieprobleem (hypotensie, tekenen van shock): Trendelenburg; meteen een 2e IV-lijn, NaCl 0,9% 500 ml snel, herhaal tot syst. BD >90 mmHg
- Na adrenaline, bij elke anafylaxie: promethazine (Phenergan) 25–50 mg IM + methylprednisolon (Solu-Medrol) 80 mg IV
- Cardiaal arrest: ALS-protocol volwassene (R1)
- Verwijder oorzaak indien mogelijk
- Ernst inschatten: BD, pols, capillaire refill, bewustzijn, angio-oedeem, heesheid — O₂ 100% 15 L/min via masker
- Adrenaline IM, bij elke anafylaxie: adrenaline puur (1 mg/ml) 10 µg/kg IM = 0,01 ml/kg (max 0,5 mg) in de vastus lateralis; herhaal na 5 min indien geen verbetering. De berekende dosis staat in PediMed.
- Bovenste luchtwegobstructie (stridor): aerosol adrenaline puur (1 mg/ml): 2,5 mg onder 10 kg, 5 mg vanaf 10 kg, met 3 ml NaCl 0,9%
- Wheezing die aanhoudt na adrenaline IM: aerosol salbutamol (Ventolin) 2,5 mg (<5 j) / 5 mg (≥5 j)
- Circulatieprobleem (tachycardie, capillaire refill >2 s, hypotensie): meteen IV/IO + NaCl 0,9% 10 ml/kg bolus, herhaal op geleide van de respons
- Na adrenaline: methylprednisolon (Solu-Medrol) 2 mg/kg IV
- Cardiaal arrest: ALS-protocol kind (R2)
- Ernstige opstoot (COPD of astma)
- SpO₂ blijvend <85% of patiënt deterioreert
- Bewustzijnsdaling
• Expiratoire wheezing → astma/COPD
• Inspiratoire stridor → bovenste luchtwegobstructie (cave anafylaxie!)
• Grove bilaterale crepitaties → acuut longoedeem
• Verminderd ademgeruis unilateraal → pneumothorax / pleuravocht / hemothorax / pneumonie
• Weinig/geen ademgeruis bij gekende astma → alarmteken "silent chest"!
- Geef O₂ via oxymask, titreer tot SpO₂ 88–92%
- Monitoring: ECG / BD / P / SpO₂ / AH-frequentie
- Schat ernst in: hulpademhalingsspieren? Tirage? Cyanose? Corfalen? Somnolent? Geagiteerd?
- Aerosol: ipratropium/fenoterol (Duovent), ev. herhalen na 5 min
- Plaats IV-lijn, neem labo
- Geef methylprednisolon (Solu-Medrol) 80 mg IV
- Geef O₂ 100% 15 L/min via oxymask
- Monitoring: BD / P / SpO₂ / AH-frequentie
- Titreer O₂ tot SpO₂ ≥94%
- Aerosol ipratropium/fenoterol (Duovent) met zuurstof
- Plaats IV-lijn, NaCl 0,9%, neem labo
- Geef methylprednisolon (Solu-Medrol) 80 mg IV
- Zo nodig ipratropium/fenoterol (Duovent) te herhalen (tachycardie is geen contra-indicatie)
- Onvoldoende respons of levensbedreigend:
magnesiumsulfaat 2 g IV in 100 ml NaCl 0,9% over 20 min (eenmalig)
adrenaline puur (1 mg/ml) 0,5 mg IM
| Ernstig | Levensbedreigend |
|---|---|
| Te kortademig om te spreken/eten, intrekkingen, hulpAH-spieren AH >30/min (>5j) of >50/min (2–5j) Pols >120/min (>5j) of >130/min (2–5j) |
(Dreigende) uitputting, verminderde ademarbeid, silent chest, hypotensie, verminderd bewustzijn/agitatie |
Aerosol ipratropium (Atrovent) 125 µg (<1j) / 250 µg (>1j)
Methylprednisolon 2 mg/kg IV bolus
Ernstig: overweeg salbutamol (Ventolin) 15 µg/kg IV over 15 min (arts)
Overweeg magnesiumsulfaat 50 mg/kg IV (max 2 g) over 20 min (arts)
Symptomen: plotse dyspnoe, rozig sputum, orthopnoe, voorgeschiedenis corlijden. DD: pneumonie, COPD-opstoot.
- Zuurstof 100% 15 L/min, titreer tot SpO₂ ≥94%
- Patiënt rechtop zetten, geen inspanningen laten doen
- Monitoring: ECG / BD / P / SpO₂ / AH-frequentie
- Plaats IV-lijn (Glc 5% 100 ml), neem labo
- Geef furosemide (Lasix) 40 mg IV
- Geef morfine 0,1 mg/kg traag IV (cave ademhalingsdepressie)
- Indien syst. BD >140 mmHg: isosorbidedinitraat (Cedocard) 5 mg SL
- Overweeg NIV CPAP (Boussignac)
- Laat patiënt geen inspanningen meer doen
- ABCDE-benadering
- Parameters: BD / P / SpO₂
- Geef O₂ enkel bij SpO₂ <94%, titreer tot 94–98%
- Neem 12-afleidingen ECG en stuur door / overleg met TRI-arts
- Plaats IV-toegang, neem labo
1. Verwittig TRI-arts en cardioloog
2. Aspirine 250 mg IV
3. P2Y12-remmer (overleg met arts): prasugrel (Efient) 60 mg PO of ticagrelor (Brilique) 180 mg PO
Onder DOAC of ICB/CVA in VG: clopidogrel (Plavix) 600 mg PO eenmalig
4. Heparine 5000 E IV (overleg met arts)
5. Dringend transport naar CATHLAB voor primaire PCI
6. Pijnstilling IV volgens pijnprotocol
1. Aspirine 250 mg IV
2. Verwittig TRI-arts, contacteer cardioloog van wacht
3. Zo dringende PCI: Heparine 5000 E IV (arts)
4. Zo geen vroeg invasief beleid: ticagrelor (Brilique) 180 mg PO (arts)
Onder DOAC of ICB/CVA in VG: clopidogrel (Plavix) 300 mg PO (arts)
5. Pijnstilling: isosorbidedinitraat (Cedocard) 5 mg SL (zo BD >100 mmHg, cave RV-infarct), ev. morfine 0,05 mg/kg IV
- Bradycardie met hemodynamische weerslag
- Tachycardie met hemodynamische weerslag (instabiel): synchrone cardioversie door MUG
- Onregelmatige breed-QRS-tachycardie
- ABCDE-benadering
- Monitoring: ECG / BD / SpO₂, bevestig bradycardie, print ritmestrook
- Geef O₂ enkel bij SpO₂ <94%
- Plaats IV-lijn, NaCl 0,9%
- Neem een 12-afleidingen ECG
- Zoek en behandel omkeerbare oorzaken (bv. myocardinfarct, elektrolytstoornis, bètablokker of calciumantagonist)
- Shock
- Syncope
- Myocardischemie
- Ernstig hartfalen
Ja → beoordeel risico op asystolie
Nee → tussentijdse maatregelen ↓
- Recente asystolie
- AV-blok Mobitz II
- Volledig AV-blok met breed QRS
- Ventriculaire pauze >3 s
Nee → observeer
- Atropine 0,5 mg IV, herhaal tot max 3 mg
- Isoprenaline 5 µg/min IV
- Adrenaline 2–10 µg/min IV
- Eventueel transcutane pacing 60/min (pijnstilling!)
Tachycardie = HF >100/min. Bij structureel normaal hart zelden symptomatisch <150/min. Breed QRS = QRS ≥120 ms (3 kleine vakjes). Dit algoritme geldt niet voor sinustachycardie: behandel dan de oorzaak, geen antiaritmica of cardioversie.
- ABCDE-benadering
- Monitoring: ECG / BD / SpO₂
- Geef O₂ enkel bij SpO₂ <94%
- Plaats IV-lijn
- Neem een 12-afleidingen ECG
- Zoek en behandel omkeerbare oorzaken
- Shock
- Syncope met ernstige of aanhoudende hypotensie
- Myocardischemie
- Ernstig hartfalen met longoedeem of shock
Synchrone cardioversie
breed (≥120 ms) of smal (<120 ms), regelmatig of onregelmatig ↓
- Leg defib-pads aan
- Gekende VT, onzeker mechanisme, gekende of vermoede hartziekte, of vagale manoeuvres en adenosine falen: amiodarone (Cordarone) 300 mg IV over 10–60 min, daarna 900 mg over 24 u (arts)
- Geen effect: synchrone cardioversie onder sedatie
MUG
- VKF met pre-excitatie: synchrone cardioversie
MUG
- Polymorfe VT met verlengd QT (torsades de pointes): MgSO₄ 2 g IV (8 mmol) over 10 min; overweeg isoprenaline of tijdelijke pacing; geen amiodarone
- Vagale manoeuvres: valsalva-manoeuvre (15 sec blazen in 20 ml spuit, daarna snel plat + benen omhoog 2 min)
- Geen effect: adenosine (Adenocor) 6 mg snelle IV-bolus + flush; zo nodig 12 mg, daarna 18 mg (arts) — niet bij pre-excitatie
- Geen effect: bètablokker (arts)
- Geen effect: synchrone cardioversie
MUG
- Frequentiecontrole (arts): bètablokker of digoxine
- Duur >24 u: anticoagulatie nodig vóór reconversie
- Cardiogene shock
- Hypovolemische shock
- Obstructieve shock
Herkenning: hypotensie (syst. BD <90 mmHg), tachycardie (>90/min), tachypnoe (>20/min), perifere hypoperfusie, verwardheid, oligurie.
Kliniek: tachypnoe, tirage, cyanose, bilateraal crepitaties, stuwing halsvenen, perifere oedemen, thoracale pijn
→ Halfzittend, O₂ 15 L/min OxyMask
→ Isosorbidedinitraat (Cedocard) 5 mg SL (zo BD >140, geen RV-infarct)
→ Furosemide (Lasix) 40 mg IV
→ Morfine getitreerd (cave AH <12/min)
→ Overweeg CPAP/NIV
Geen stuwing, perifere vasoconstrictie
(vb. AAA, GI-bloeding, trauma)
→ Liggend, Trendelenburg
→ O₂ 15 L/min OxyMask
→ 2× IV/IO, Plasmalyte vulling
• Septische shock: warm, mogelijk koorts, anamnese infectie
• Anafylaxie (zie A2)
• Neurogeen
→ Adrenaline 0,5 mg IM (anafylaxie)
→ O₂ 15 L/min OxyMask
→ 2× IV, vochtbolus Plasmalyte 500 ml bij MAP <65 mmHg, te herhalen zo nodig
→ Herhaal adrenaline na 5–10 min zo nodig
Stuwing halsvenen zonder longoedeem
(vb. longembolie, spanningspneu, tamponade)
→ O₂ 15 L/min OxyMask
→ 2× IV/IO, Plasmalyte 1000 ml
Asymmetrisch ademgeruis? Subcutaan emfyseem? Tracheadeviatie?
→ Spanningspneu? → (vinger)thoracostomie in de 4e–5e ICS, voorste axillairlijn
- ABCDE — prioriteit: vrije luchtweg (inspectie mond/keelholte, hyperextensie, jaw thrust, overweeg nasofaryngeale tube)
- Monitoring (ECG, BD, saturatie, T°, AH)
- O₂-therapie: streef SpO₂ >94%
- Waakperfusie Plasmalyte of katheterslot
- Glycemiecontrole! Corrigeer hypo- of hyperglycemie
- Check BE-FAST: wees bedacht op CVA/TIA ("Time is Brain!")
- Neurologische evaluatie: GCS, pupillen, ledemaatbeweging
- GCS >13: opname in het ziekenhuis
- GCS 8–13: matige neurologische aandoening (overweeg MUG-bijstand)
- GCS ≤8: ernstig, intubatiemateriaal klaarzetten (vraag MUG-bijstand)
| Ogen (E) | Verbaal (V) | Motoriek (M) | |
|---|---|---|---|
| 6 | Voert opdrachten uit | ||
| 5 | Georiënteerd | Lokaliseert pijn | |
| 4 | Spontaan | Verward | Normale flexie (trekt terug) |
| 3 | Op aanspreken | Woorden | Abnormale flexie |
| 2 | Op pijnprikkel | Klanken | Extensie |
| 1 | Geen | Geen | Geen |
Totaal 3–15, noteer als E-V-M (bv. E3V4M6 = 13). Niet te beoordelen (bv. zwelling ogen, intubatie): noteer NT.
- Geen opklarend bewustzijn na herhaalde glucosetoediening
- Denk hieraan bij: malaise + zweten/bleekheid, bewustzijnsstoornis, agitatie, convulsies, hemiplegie
- Glycemie meten!
- O₂ op geleide van saturatie
IV Glc 5% 500 ml + glucose 10 g IV (hypertoon)
Herhaal na 5 min indien glycemie <70 mg/dl of niet ontwaken
Na ontwaken: trage suikers PO (brood) ter preventie recidief
Suiker PO (suikerwater, cola, boterham)
Ev. glucose 5 g IV
Bewustzijn bewaken
- Glucose 0,2 g/kg IV (berekend volume en verdunning: zie PediMed); geen onverdunde glucose 50% bij kinderen (weefselnecrose bij extravasatie)
- Eventueel herhalen na 10 min
Transport vanaf glycemie >90 mg/dl. Geen transport enkel bij kortwerkende insuline als oorzaak, én:
• Mentale status genormaliseerd | Oorzaak duidelijk (bv. vergeten eten) | Normaal geen glycemieschommelingen | Glycemie ≥90 mg/dl | Betrouwbare volwassene aanwezig
Bij langwerkende preparaten of orale antidiabetica: ALTIJD transport!
Kinderen ALTIJD transport!
- Convulsies langer dan 10 min
- Bescherm patiënt tegen verwondingen
- ABCDE — Monitor BD, pols, SpO₂
- O₂ 100%, titreer
- Bepaal glycemie (vingerprik) — bij hypo: glucose 10 g IV, ev. herhalen + Glc 5% infuus
- Bloedafname
Snel IV-toegang: midazolam (Dormicum) 5 mg IV óf lorazepam (Temesta) 4 mg IV óf diazepam (Valium) 10 mg IV
Geen IV-toegang: midazolam (Dormicum) 10 mg IM of buccaal óf diazepam (Valium) 10 mg IR
Herhaal benzo (zelfde dosis): opgelet, effectiviteit daalt en kans op ademhalingsdepressie stijgt
Valproaat (Depakine) oplaaddosis 40 mg/kg IV (max 3 g) bolus over 5–10 min (arts); contra-indicaties: zwangerschap, leverlijden
Refractair ondanks valproaat of onhoudbare luchtweg/ventilatie: RSI met propofol
- Persisterende convulsies bij aankomst PIT
- Ademhalingsdepressie of onhoudbare luchtweg
- Tekenen van meningitis of sepsis (petechiën/purpura, nekstijfheid, zieke indruk)
Kind met convulsieve bewegingen of in postictale toestand (slaperigheid, verwardheid, gedragsstoornis na de convulsie). Vanaf 12 jaar of ≥50 kg: zie D3 Convulsies volwassene. Dosissen per gewicht: PediMed → Convulsies.
- Noteer het tijdstip van begin van de convulsie
- Bescherm tegen verwondingen, niets in de mond; na de convulsie stabiele zijligging
- ABCDE: vrije luchtweg, O₂ 15 L/min via NRM
- Monitoring: SpO₂, pols, AH, temperatuur
- Glycemie bepalen! <60 mg/dl: glucose 0,2 g/kg IV (zie D2)
- Anamnese: gekende epilepsie of eerste keer? Koorts? Reeds medicatie gegeven (bv. rectiole of buccale midazolam door ouders)? CAVE: hersentrauma, intoxicatie
óf diazepam (Valium) 0,2 mg/kg IV/IO (max 10 mg)
2–5 j: 0,5 mg/kg · 6–11 j: 0,3 mg/kg
óf valproaat (Depakine) 40 mg/kg in 20 min (niet <2 j; max 3 g)
• Meestal tussen 6 maanden en 5 jaar
• Behandel eerst de convulsie; vraag na of er al koortswerende medicatie gegeven werd (wat, hoeveel, hoe laat)
• Ontkleed het kind; niet actief afkoelen
• Koortswerend, voor comfort: paracetamol suppo 20 mg/kg of 15 mg/kg IV; eventueel ibuprofen 10 mg/kg IV
• Leeftijd <6 maanden
• Focale convulsie, duur >15 min of herhaling binnen 24 u
• Traag herstel of blijvend verlaagd bewustzijn
• Nekstijfheid, bomberende fontanel, petechiën/purpura
• Zieke indruk, slechte perfusie
Flumazenil (Anexate) 0,01 mg/kg IV (max 0,2 mg), traag over 15 s, mag na 60 s herhaald worden. Steeds eerst overleg met de spoedarts: flumazenil kan convulsies uitlokken.
Elke patiënt met plots gefocust neurologisch deficit: vermoeden trombose of cerebrale embolie. Dringende trombolyse/thrombectomie kan in welbepaalde gevallen genezing geven.
Balance — plots verlies van evenwicht?
Eyes — plots zichtverlies of dubbelzicht?
Face — asymmetrie bij glimlachen?
Arm — arm zakt weg bij ophouden?
Speech — nieuwe spraakstoornis?
Time — aanvangsuur noteren! Time = brain!
- Precieze anamnese: aanvangsuur, duur, pijn, CVA/TIA VG, bloedverdunners
- ABCDE + D (GCS, pupillen, neurologisch deficit)
- Patiënt in stabiele zijligging of rugligging 30°
- Monitoring: ECG, BD aan beide armen, SpO₂
- Glycemie meten en corrigeren!
- IV NaCl 0,9% à minima, neem labo
- O₂ enkel bij SpO₂ <94%, titreer tot 94–98%
- Bij BD >220/110 mmHg: labetalol (Trandate) 10 mg IV over 2 min
- Volg neurologische parameters
- Verwittig TRI-arts → CVA-protocol / stroke unit
- Dreigend gevaar (ev. politiebijstand)
Etiologie: meestal psychiatrisch, daarnaast organisch of toxisch; vaak een combinatie. Drie niveaus: oncontroleerbaar met geweld, dreigend geweld, controleerbaar.
- Veiligheid! Bij dreigend gevaar: ev. politiebijstand
- Probeer de-escalatie: rustige omgeving, poging tot dialoog
- Anamnese: trauma, intoxicatie, derving, psychiatrische VG, diabetes, koorts, lever-/nierlijden
- Glycemie meten! Corrigeer zo nodig
- Monitoring (ECG, BD, SpO₂, T°), IV NaCl 0,9% 500 ml
PO: Lorazepam (Temesta) 1 mg SL
IV/IM: Lorazepam (Temesta) 2 mg IV (herhaal na 3 min) of 2 mg IM (herhaal na 30 min)
Diazepam (Valium) 5 mg IV (herhaal na 3 min). IM te vermijden wegens trage resorptie.
Clotiapine (Etumine) 20 mg IV (herhaal na 10 min) — arts
Mag ook IM toegediend worden, maar tragere onset (20–30 min)
Klassiek toxidroom: ademhalingsdepressie (<12/min), bewustzijnsvermindering tot coma, miose (vernauwde pupillen). Bij poly-intoxicaties kan miose ontbreken.
Steeds handschoenen + masker | Geen mond-op-mond beademing | Verwijder bron | Open geen zakjes met onbekend poeder | Vermijd contact ogen/neus/mond/huid | Was huid met koud water en zeep (alcogel onvoldoende)
- ABCDE — verzeker vrije luchtweg vóór medicatie (chinlift/jaw thrust)
- O₂ op geleide van saturatie
- Bij hypoventilatie (AH <8/min, kind <15/min): beadem onmiddellijk met masker en ballon
- IV-lijn bij GCS <15
- Glycemie bepalen!
- Controleer op fentanylpleisters, T° (risico hypothermie)
| Opioïd-gebruiker / onzeker | Opioïd-naïef | |
|---|---|---|
| Start (bij hypoventilatie + nood beademing) | 40 µg IV (= 1 ml verdunning) | 0,4 mg IV (= 10 ml verdunning) of 0,4 mg IM puur |
| Onvoldoende na 2 min | 80 µg IV (= 2 ml) | Herhaal 0,4 mg IV |
| Onvoldoende na 4 min | 160 µg IV (= 4 ml) | Herhaal 0,4 mg IV |
| Onvoldoende na 6 min | Overleg spoedarts — max 10 mg, zoek andere oorzaak | |
| STOP | Bij spontane normale AH + GCS 13–14 | Bij spontane AH en/of bewustzijn |
Kind: 0,01 mg/kg IV, zo nodig herhaal met 0,1 mg/kg. Geen IV → IM.
Kinderen worden ALTIJD getransporteerd.
- Elektrische brandwonden
- >15% TVLO volwassene
- >10% TVLO kind
- Aangezichtsverbranding
- Eerste balans: diepte, grootte, verzwarende factoren (inhalatie, trauma, blast, gevoelige zones, circulaire brandwonden)
- Anamnese: oorzaak, wijze van blootstelling, tijdstip
- Denk aan rookinhalatie (cfr beleid CO-intoxicatie, E6)
- Ontkleed patiënt, verwijder objecten (ringen, kettingen) in aangetaste zones — geen debridement
- Koeling: sproeier 20/20/20 — 20 min aan 20°C op 20 cm afstand
Uitzondering: lithium, natrium, kalium, fosfor, magnesium → afborstelen - Bedek met kompressen gedrenkt in NaCl 0,9% (kinderen: enkel bij <10% TVLO)
- Alu-deken (gouden kant naar buiten)
- Monitoring: ECG, BD, SpO₂
- 2 IV-lijnen groot kaliber — NaCl 0,9% aan 200 ml/u (kind: 2 ml/kg/u)
- Bij inhalatie van dampen of rook: O₂ 15 L/min oxymask
- Pijnstilling: paracetamol 1 g IV + fentanyl 1 µg/kg IV (ev. herhalen na 10 min)
- Bij aangezichtsverbranding: leg intubatiemateriaal klaar (snel oedeem!)
Volwassenen met brandwonden ≥15% TVLO, kinderen ≥10% TVLO:
- Plasmalyte 4 ml × kg × %TVLO (°) = volume voor de eerste 24 u
- Start zo snel mogelijk na het ongeval
- De helft in de eerste 8 u (te rekenen vanaf het ongeval), de andere helft in de volgende 16 u
(°) TVLO: tel geen 1e graad (erytheem).
- Beveilig interventieplaats
- Hoofdimmobilisatie met headblocks — elektrische ontlading = potentieel polytrauma
- Ogenschijnlijk ongedeerd → steeds hospitaliseren (24u monitoring)
- Symptomatisch: monitoring, O₂, IV Plasmalyte 500 ml
- Zoek ingangs- en uitgangspoort op, verband
- 12-afleidingen ECG bij ritmestoornis
- Bij hartstilstand: ALS-algoritme + aandacht voor (poly)trauma
- Elke zwangere met elektrisering: moeder én foetus observeren
Steeds bij temperatuur <32°C, gedaald bewustzijn of hemodynamische instabiliteit
Centrale lichaamstemperatuur <35°C
- Patiënt volledig uitkleden en afdrogen (indien nodig, bv. drenkeling) en in een warme omgeving leggen met isolatiedeken/verwarmingsdeken
- Anamnese: ontdekking? Vermoedelijke duur? Andere pathologie?
- Monitoring (ECG, BD, saturatie, T°)
- Bepaling glycemie!
- O₂ op geleide van saturatie (doch allicht moeilijk meetbaar)
- IV-toegang en Plasmalyte, opgewarmd tot 38–42°C indien mogelijk
| Kerntemperatuur | Zonder cardiaal arrest | Met cardiaal arrest |
|---|---|---|
| 32–35°C (mild) | Passieve opwarming (warme omgeving, dekens), observatie | Hartstilstand waarschijnlijk niet door hypothermie: klassieke ALS (R1), adrenaline-interval 6–10 min |
| 30–32°C (matig) | Horizontaal en zonder stoten verplaatsen, zo weinig mogelijk bewegen; actieve externe opwarming van de romp na IV-toegang; intubatie door MUG | ALS; adrenaline-interval verdubbelen (6–10 min); amiodarone volgens standaard-ALS |
| <30°C (ernstig) | Hoog risico op hartstilstand: rechtstreeks naar een centrum met ECLS | ALS onder mechanische CPR; max 3 shocks, verdere shocks pas boven 30°C; adrenaline 1 mg IV eenmalig (niet als ECPR meteen start); geen amiodarone; transfer naar ECLS-centrum. Onder 28°C: intermitterende CPR mag als continue CPR niet haalbaar is |
- Oorzaken: inspanning, zonne-/hitteslag, intoxicatie (XTC/MDMA, amfetaminen, cocaïne, 3-MMC)
- Monitoring (ECG, saturatie, AH, BD, T°)
- IV Plasmalyte 500 ml, vochtbolus bij hypotensie
- Snel afkoelen: uitkleden, water besproeien, vochtige doeken
- Cold packs in hals, oksels, liezen, buik
- Paracetamol heeft geen effect bij hyperthermie
- Neurologische beoordeling o.b.v. GCS
- Hemodynamische instabiliteit
- GCS <8/15
- Horizontale extractie uit water, headblocks, immobilisatie wervelkolom
- "Bijna-verdrinking" ogenschijnlijk ongedeerd: bij waterinhalatie steeds hospitaliseren (risico op respiratoire en ionenstoornissen)
- Symptomatisch: O₂ 15 L/min, uitkleden, afdrogen, isolatiedeken, monitoring (ECG, BD, SpO₂, AH, T°, glycemie), Plasmalyte IV
- Verdrinking (hartstilstand): ALS-protocol rekening houdend met hypothermie, overweeg ECLS-kandidaat
- Woning evacueren (inclusief dieren). EIGEN VEILIGHEID PRIMEERT!
- Behandel in open lucht of ziekenwagen
- O₂ 15 L/min oxymask (eerste behandeling = verwijdering + O₂)
- Monitoring: ECG, BD, SpO₂, neurologische status
- 12-afleidingen ECG
- Plaats IV-toegang bij verminderd bewustzijn
- Verwijs naar centrum met hyperbare O₂-kamer: bij zwangerschap, verminderd bewustzijn of manifeste neurologische tekens, angor/ischemie
• Geen pijn bij palpatie posterieure middellijn cervicale wervelkolom
• Geen focale neurologische uitvalsverschijnselen
• Normaal bewustzijn
• Geen intoxicatie (alcohol, drugs)
• Geen pijn door afleidend letsel (brandwonden, fracturen)
- Veiligheid equipe evalueren
- Bilan omstandigheden — indirecte criteria ernstbepaling (hoog-energetisch, overlijden andere patiënt, ejectie)
- Headblocks, as hoofd-hals-lichaam vrijwaren
- O₂ 15 L/min oxymask
- Aspiratie zo nodig
- Monitoring: ECG, SpO₂, BD (beide armen indien mogelijk), AH
- IV: 500 ml NaCl 0,9% (2 lijnen, ev. IO)
- Indien BD <90 mmHg of HF >120/min: Plasmalyte 500 ml snel, herhaal zo nodig
- Kind: NaCl 0,9% 10–20 ml/kg bolus
- Neurologische status: pupillen, GCS, ledemaatbeweging
- Secundaire survey: hoofd tot voeten, volledig ontkleden
- Wonden/fracturen/bloedingen: stoppen, repositie, spalk
- Analgesie: zie pijnprotocol
Tranexaminezuur 1 g IV over 10 min, gevolgd door 1 g IV over 8u
Niet bij trauma >3u!
- Directe druk → Israëli-verband
- Overweeg: topische hemostatica (Celox), wound packing
- Wonde geschikt voor tourniquet → CAT of pneumatisch tourniquet
- Zo nodig 2e tourniquet
- Na 60 min: overweeg "trial of tourniquet conversion"
- IV-toegang 14G–18G (poging <2 min, anders IO)
- Vochtbolussen 250 ml — voorkeur Plasmalyte-A of Volulyte
Normotensief: SBP >90 mmHg | Hypotensief (permissief): SBP 80–90 mmHg of palpabele radialis | TBI: SBP >100 mmHg
- Veiligheid hulpverleners! ABC, identificatie shocktekens, bloedingsdetectie
- Bloedstop: compressie/knelverband, ev. CAT-tourniquet
- Tijdstip aanleggen CAT noteren! Max 120 min
- Monitoring, O₂, 2 IV-lijnen groot kaliber
- Vulling: Plasmalyte bij BD <90 mmHg, evalueer per 250 ml/5 min
- Pijnstilling: fentanyl 1 µg/kg IV (cave BD!)
- Anxiolyse: lorazepam (Temesta) 1 mg SL
- Geamputeerd lidmaat: droog bewaren, hermetisch inpakken, koelen (water+ijs), nooit direct contact met ijs
- Gekneld lidmaat >1u: waakzaam voor crush-syndroom
- ABC, identificatie shocktekens, bloedingsopsporing
- Bloedstop: steriel verband met HAC bevochtigd
- Monitoring, O₂, IV-toegang(en)
- Vulling bij BD <90 mmHg (kind: NaCl 0,9% 20 ml/kg bolus)
- Pijnstilling: fentanyl 1 µg/kg IV + lorazepam (Temesta) 1 mg SL
- Reductie enkel door MUG-team, spalk, steriel afdekken
• Paracetamol 1 g PO of IV (over 15 min)
EN
• Ibuprofen 600 mg IV
Zo nodig:
• Tramadol (Tradonal Odis) 50 mg PO of tramadol 100 mg IV + alizapride (Litican) 50 mg in minibag
CAVE NSAID: >75 jaar, maagproblemen, gastric bypass, nierinsufficiëntie
• Paracetamol 1 g IV (over 15–30 min)
• Tramadol 100 mg + alizapride (Litican) 50 mg in minibag
EN opioïd (voorwaarden: wakker/suf, GCS >12, AH >10/min, sysBD >100 mmHg):
• Voorkeur: Fentanyl 1 µg/kg IV: 1 amp (100 µg/2 ml) optrekken tot 10 ml → 1 ml/10 kg; zo nodig herhalen tot VAS <4
OF Morfine 0,05 mg/kg IV (10 mg op 20 ml → 1 ml/10 kg), getitreerd, herhaal na 5 min
OF Sufentanil sublinguaal (Dzuveo) 30 µg SL (volwassenen >50 kg; zie hieronder)
Monitoring vitale parameters!
- Alizapride (Litican) 50 mg IV bij nausea en braken
- De trappen van pijnstilling respecteren; de volgorde mag aangepast worden zo nodig
• Tablet met de applicator onder de tong; niet kauwen of slikken; 10 min niet eten of drinken en zo weinig mogelijk praten
• Werking na 15–30 min; herhalen ten vroegste na 1 u
• Contra-indicatie: significante ademhalingsdepressie
• Monitoring SpO₂ en AH, naloxon klaar (zie D7)
Dosissen per gewicht: PediMed → Analgesie.
Paracetamol
• PO: 15 mg/kg
• IR: >3 maanden 40 mg/kg; 1–3 maanden 30 mg/kg
Paracetamol PO of IR (zie lichte pijn) of IV 15 mg/kg
EN/OF
Ibuprofen suppo 10 mg/kg (vanaf 3 maanden)
Paracetamol IV 15 mg/kg of IR (zie lichte pijn)
EN
• Voorkeur: Fentanyl 1 µg/kg IV of 2 µg/kg IN (tabel hieronder)
OF Morfine 0,1 mg/kg IV traag (10 mg op 10 ml = 1 mg/ml → 1 ml/10 kg); zo nodig een halve dosis herhalen
Bij nausea of braken: alizapride (Litican) 1 mg/kg IV
| Fentanyl IN | Dosis (2 µg/kg) | Volume (50 µg/ml) |
|---|---|---|
| 11–15 kg | 30 µg | 0,6 ml |
| 16–20 kg | 40 µg | 0,8 ml |
| 21–25 kg | 50 µg | 1,0 ml |
| 26–30 kg | 60 µg | 1,2 ml |
| 31–40 kg | 80 µg | 1,6 ml |
| 41–50 kg | 100 µg | 2,0 ml |
IV-oplossing puur (50 µg/ml) via MAD; steeds 0,1 ml extra optrekken voor de dode ruimte.
Enkel na overleg met arts!
Paracetamol 1 g IV +
Ibuprofen 600 mg IV (zo geen maagulcera/allergie)
Zo VAS >7: voeg opioïd toe (zie pijnprotocol)
Alizapride (Litican) 50 mg IV bij nausea/braken
Paracetamol 1 g IV
Bij krampen: Butylhyoscine 20 mg IV in 50 ml NaCl
Zo VAS >7: voeg opioïd toe
Alizapride (Litican) 50 mg IV bij nausea/braken
Paracetamol 1 g PO/IV
Tramadol 50 mg SL of 100 mg IV in minibag
Zo VAS >7: voeg opioïd toe
Paracetamol 1 g IV
Ibuprofen 600 mg IV
Bij ernstige aanval met braken: 500 ml Plasmalyte + alizapride (Litican) 50 mg IV
- Veiligheidshouding (verminderd bewustzijn) of rechtop zitten
- Vermijd eten/drinken, frisse omgeving
- Zoek en behandel oorzaak!
Alizapride (Litican) — Volw: 50 mg IV (max 4×/dag) | Kind: 1 mg/kg IV (max 50 mg, max 4×/dag)
CI: zwangerschap, Parkinson, ileus/GI-bloeding/-perforatie, feochromocytoom
- Bevalling nakend (Malinas ≥5, persdrang of zichtbaar hoofd)
- Zwangerschap <37 weken, meerling of stuitligging
- Navelstrengprolaps of schouderdystocie
- Pre-eclampsie of convulsies
- Fors bloedverlies vóór of na de geboorte
- Pasgeborene die niet goed ademt of reanimatie nodig heeft
Vrouwen met een zwangerschap van 26 weken of meer, met weeën of persdrang. De MALINAS-score is de som van de vijf parameters.
| Score | 0 | 1 | 2 |
|---|---|---|---|
| Zwangerschap (pariteit) | 1 | 2 | ≥3 |
| Duur arbeid | <3 u | 3–5 u | >5 u |
| Duur contracties | <1 min | 1 min | >1 min |
| Interval contracties | >5 min | 3–5 min | <3 min |
| Vruchtwaterverlies | Nee | Recent | >1 u |
- Anamnese (zwangerschapsboekje): zwangerschapsduur, pariteit, meerling, ligging (stuit?), vruchtwaterverlies (kleur: meconium?), bloedverlies, pre-eclampsie (HTA, hoofdpijn, visusstoornissen, epigastrische pijn, convulsies), placenta praevia
- Zichtbaar hoofd, bloedverlies, navelstreng?
- Verwittig de materniteit (verloskundige van wacht)
- Vanaf 20 weken nooit plat op de rug: linker zijligging of links gekantelde houding
- Monitoring: BD, pols, SpO₂, T°; IV-toegang met Plasmalyte
- Transport: installeer de patiënte in de ziekenwagen met het hoofd aan het voeteneinde (goed bereikbaar als de bevalling toch start)
- Warme omgeving (verwarming aan, ramen en deuren dicht); leg klaar: bevallingsset, droge warme doeken, muts, 2 navelklemmen, schaar, neonataal ballon-masker
Linker zijligging, O₂, glycemie. Magnesiumsulfaat 4 g IV over 15 min (arts). Aanhoudende convulsies: benzodiazepine volgens D3 (geen valproaat bij zwangerschap).
- Halfzittende houding, handschoenen, steriele doeken onder het bekken
- Ondersteun het perineum; laat het hoofd gecontroleerd geboren worden (niet trekken, tussen de weeën laten puffen)
- Vliezen nog intact over het zichtbare hoofd: breek ze met een steriele klem (kocher)
- Navelstreng rond de hals: los (frequent) → laat over het hoofd of over de schouders glijden; strak en niet te verschuiven (zeldzaam) → 2 steriele klemmen, knip ertussen
- Wacht op de volgende wee: het hoofd draait vanzelf. Voorste schouder: hoofd licht naar beneden begeleiden; achterste schouder: naar boven, terwijl je het perineum ondersteunt
- Noteer het uur van de geboorte
- Baby meteen huid-op-huid op de buik van de moeder: afdrogen, natte doek weg, muts, bedekken met een droge warme doek
- Navelstreng bij een vitale baby pas na minstens 60 s afklemmen: 2 steriele klemmen op ±15 cm van de navel, knip ertussen
Vroeggeboorte <32 weken: lichaam niet afdrogen maar tot aan de hals in een plastic zak, hoofd afdrogen, muts.
| APGAR | 0 | 1 | 2 |
|---|---|---|---|
| Kleur | Blauw of bleek | Romp roze, ledematen blauw | Volledig roze |
| Hartfrequentie | Geen | <100/min | ≥100/min |
| Reactie op prikkel | Geen | Grimas | Huilt krachtig |
| Tonus | Slap | Wat flexie | Actieve bewegingen |
| Ademhaling | Geen | Traag, onregelmatig, gasping | Goed, huilt |
Score na 1, 5 en 10 min (0–10).
- Oxytocine (Syntocinon) 5 IE traag IV of IM (arts), om de uterus te laten samentrekken en het bloedverlies te beperken
- Masseer de uterus (fundus) tot hij hard aanvoelt
- NOOIT trekken aan de navelstreng. De geboorte van de placenta is geen urgentie (kan in het ziekenhuis); een goed samengetrokken uterus en het voorkomen van fors bloedverlies zijn wel uiterst belangrijk
- Placenta meenemen naar het ziekenhuis
- Perineumscheur: druk met steriel kompres; volg bloedverlies, BD en pols
- 5 zwaargekwetsten, of
- 10 gekwetsten van verschillende ernst, of
- elke evolutieve situatie (brand, gaslek, …), of
- elke situatie met een belangrijke evacuatie van personen
Wie start? Hulpcentrum 112, op basis van de informatie van ziekenwagen, PIT of leider D1, of op vraag van de DirMed of de Federale Gezondheidsinspecteur.
Major incident — wat is er gebeurd?
Exact location — exacte locatie, zo nauwkeurig mogelijk
Type incident — explosie, instorting, verkeersongeval, …
Hazards — welke gevaren zijn aanwezig of dreigen?
Access — hoe is het rampgebied bereikbaar?
Number of casualties — inschatting aantal en soort slachtoffers
Emergency services — welke hulpdiensten aanwezig/vereist?
• Vraag het eerste bestemmingspunt (rendez-vouspunt)
• Informeer je over de gespreksgroep en de gespreksmap
• Radiocommunicatie niet overbelasten!
• Parkeer zo dat een "ongeval op ongeval" vermeden wordt
• Rook of toxische dampen: bepaal de windrichting, ga ter plaatse met de wind in de rug
• Parkeer zodat andere hulpvoertuigen nog kunnen passeren
• Laat de sleutels op het voertuig
• Neem meteen contact op met de verantwoordelijke van je discipline
Door hulpverleners, met kleurenstickers volgens Simple Triage And Rapid Treatment: zo snel mogelijk zorg in de VMP voor de zwaarst gekwetsten, en wilde evacuatie van valide gekwetsten vermijden.
| In staat te lopen | GEEL |
| Kan niet stappen, wel bewust | GEEL |
| Kan niet stappen + bewusteloos: stabiele zijligging | ROOD |
| Kan niet stappen + respiratoire distress | ROOD |
| Kan niet stappen + uitwendige bloeding: compressieverband | ROOD |
| Kan niet stappen + afwezige pols | ZWART |
| Overleden | ZWART |
METTAG-kaarten, toegekend door de triërende arts aan de ingang van de VMP. Prioriteit voor zorg én evacuatie.
- U1 — absolute urgentie: onmiddellijke, urgente vitale handelingen nodig
- U2 — relatieve urgentie: geen levensbedreigend risico, handelingen ter stabilisatie
- U3 — lichte zorgen: evacuatie mogelijk in zittende houding
- Identificatienummer: laat toe het slachtoffer te volgen; noteer vitale parameters en de voornaamste pathologie
• 3 MUG's en 5 ziekenwagens
• rampenkoffers van het dichtstbijzijnde ziekenhuis
• de VMP
• verwittigen van de gezondheidsinspecteur
• vooralarm 105 voor SIT en 3 ziekenwagens
• vooralarm PSM (psychosociale manager)
Coördinatie van de hulpverlening per discipline.
• Medische autoriteit ter plaatse: MUG 1, daarna de DirMed
• Autoriteit hulpverlening: brandweerofficier met de hoogste graad
• Coördinatiecomité: D1 (brandweer), D2 (medisch, sanitair en psychosociaal), D3 (politie), D4 (logistiek), D5 (informatie)
• Vertegenwoordiger D2 in het comité: de gezondheidsinspecteur
Desactivering: enkel door de 1e MUG, de DirMed of de gezondheidsinspecteur.
Open ademhalingshulpmiddel voor spontaan ademende patiënten. Past op elk aangezichtsmasker, ETT of tracheotomietube. Druk via virtuele klep, gegenereerd door microchannel-gasflow.
Voordelen: Gebruiksvriendelijk, open systeem, vermindert ademarbeid.
- Connecteer verlengstuk op groene ingang van CPAP
- Connecteer aan gasbron (O₂ of lucht) tot 30 L/min
- Positioneer masker, fixeer harnas
- Koppel manometer, open debietmeter tot 10–15 L/min
- Zoek lekkagezones masker op, pas harnas aan
- Pas debiet aan tot gewenste druk (0–15 cm H₂O)
Niet in: gefractureerd bot, bot met recente IO-poging (<48 u), infectie of brandwonde op de insteekplaats, prothese, landmarks niet voelbaar.
Vooraanzicht (distale tibia: mediaal aanzicht) — ⊕ = insteekplaats
- Proximale tibia (eerste keuze): volwassene ± 2 cm mediaal van de tuberositas tibiae, op het vlakke deel; kind 1 vingerbreedte onder en mediaal van de tuberositas (niet voelbaar: 2 vingers onder de onderste punt van de patella, 1 vinger mediaal)
- Proximale humerus (volwassene): arm tegen de romp, elleboog gebogen, hand op de navel; voel het tuberculum majus, insteek ± 1 cm boven het collum chirurgicum, naald 45° gericht naar de tegenoverliggende heup
- Distale tibia: ± 3 cm boven de malleolus medialis (kind 1–2 cm), op het vlakke mediale deel
- Distale femur (enkel kind): been gestrekt, 1–2 cm boven de patella, in de middellijn of licht mediaal
- Roze 15 mm: 3–39 kg — blauw 25 mm: ≥3 kg — geel 45 mm: ≥40 kg, bij veel weke delen of humerus volwassene
- Na doorprikken van de huid tot op het bot moet minstens 1 zwarte lijn (5 mm) zichtbaar zijn; anders een langere naald
- Ontsmet, naald loodrecht (90°) op het bot (humerus: 45°)
- Boor tot "loss of resistance"; niet forceren
- Verwijder mandrijn, plaats voorgevuld verlengstuk
- Controleer: bloed opzuigbaar, vloeistof inspuitbaar zonder weerstand, geen extravasatie
- Flush met NaCl 0,9% (volwassene 10 ml, kind 5 ml); infuus onder druk
- Fixeer met EZ-Stabilizer, breng armbandje aan (tijdstip)
- Enkel rondom een lidmaat — ±5 cm proximaal van de wonde
- Niet over een gewricht — mag over kleding
- Open tourniquet, plaats rond lidmaat
- Band door gesp (staaf naar boven), positioneer
- Trek zelfklevende band strak, kleef vast
- Draai staaf tot bloeding stopt en distale pols niet meer voelbaar
- Blokkeer staaf in haakjes, fixeer met zelfklevende strip
- Noteer de tijd!
- Zorg voor adequate pijnstilling
- Bloeding stopt niet → 2e tourniquet proximaal van de eerste
Materiaal: steriele handschoenen, ontsmetting, scalpel (mesje nr. 10), Péan- of Kocherklem.
- Arm in abductie (90° of boven het hoofd)
- Bepaal de veiligheidsdriehoek: rand m. pectoralis major, rand m. latissimus dorsi, horizontale lijn op tepelhoogte
- Plaats: 4e–5e intercostale ruimte, voorste axillairlijn
- Ontsmet; incisie van 3–4 cm in de huid, evenwijdig met en net boven de 5e rib
- Stomp prepareren met de klem over de bovenrand van de rib (zenuw en vaten lopen aan de onderrand) tot door de pleura
- Vinger in de thorax: voel de long, maak de opening vrij; luchtontsnapping bevestigt de spanningspneumothorax
- Laat de opening open, niet luchtdicht afdekken; herhaal de vingersweep bij hernieuwde verslechtering
- Traumatische hartstilstand zonder verbetering: ook aan de andere zijde
Materiaal (scalpel-bougie-tube): scalpel met mesje nr. 10, bougie, ETT 6.0 met cuff, ballon, capnografie.
Kind <8 jaar: geen chirurgische coniotomie; naaldconiotomie door de MUG.
- Hoofd in extensie (rol onder de schouders); blijf oxygeneren langs boven
- "Laryngeal handshake": fixeer het strottenhoofd met de niet-dominante hand, wijsvinger op het membraan tussen schildkraakbeen en ringkraakbeen
- Membraan voelbaar: horizontale steekincisie door huid en membraan, scherpe zijde van het mes naar de operator
- Draai het mes 90° (scherpe zijde naar de voeten) en trek licht naar je toe om de opening te openen
- Schuif de bougie langs het mes de trachea in; verwijder het mes
- Schuif de ETT 6.0 over de bougie, verwijder de bougie, blaas de cuff op
- Beadem, bevestig met capnografie, fixeer
- Membraan niet voelbaar: verticale incisie van 8–10 cm in de middellijn, stompe dissectie met de vingers tot op het membraan, dan verder zoals hierboven
| Onthaal spoed | 2090 |
| Hoofdverpleegkundige Bart Rens | 1224 |
| Teamleider Nils | 1408 |
| Teamleider Celine | 1407 |
| Medisch diensthoofd | 3501 |
| URG TRI | 3502 |
| URG Floor | 3503 |
| URG INT | 3504 |
| URG HLK | 3505 |
| URG Libero | 3892 |
| URG N1 | 3506 |
| URG N2 | 3507 |
| Triage vpk | 4400 |
| Intensivist van wacht | 3510 |
| Medisch coördinator OK | 3340 |
| Massief transfusieprotocol | 4480 |
| Cardiofoon | 3551 |
| Psychofoon | 2212 |
| UZA Edegem | 03 821 46 07 |
| UZ Leuven | 016 34 39 00 |
| UZ Brussel | 02 477 51 00 |
| Imelda Bonheiden | 015 50 50 40 |
| Heilig Hart ZH Lier | 03 491 23 44 |
| AZ Jan Portaels | 02 257 56 80 |
| GZA Augustinus Wilrijk | 03 443 39 00 |
| GZA Vincentius | 03 285 20 00 |
| ZNA Middelheim | 03 280 40 52 |
| ZNA Cadix | 03 339 71 00 |
| ZNA Jan Palfijn | 03 640 20 00 |
| AZ Rivierenland Reet | 03 880 90 11 |
| AZ Monica Deurne | 03 320 57 01 |
| AZ Rivierenland Bornem | 03 890 16 03 |
| BWC Neder-Over-Heembeek | 02 264 48 48 |
| BWC Cadix | 03 339 76 40 |
| BWC UZ Leuven | 016 34 87 50 |
Tik op een nummer om te bellen.
Herken het ritme op de monitor. Bij twijfel: overleg spoedarts voor ECG-interpretatie.
| Parameter | Formule |
|---|---|
| Gewicht 0–12 m | (leeftijd in maanden + 4) / 2 |
| Gewicht 1–5 j | 8 + (2 × leeftijd in jaar) |
| Gewicht 6–12 j | 7 + (3 × leeftijd in jaar) |
| Bloeddruk (syst.) | 85 + (2 × leeftijd in jaar) |
| AH-frequentie | 40 − (2 × leeftijd in jaar) |
| ETT-diameter (uncuffed) | 4 + (leeftijd / 4) |
| ETT-diameter (cuffed) | 3,5 + (leeftijd / 4) |
| ETT neonaat | 3–3,5 mm |
| Handpalm | = 1% lichaamsoppervlak |
| Capillaire refill | <2 sec normaal (5 sec sternale druk) |
Ziek: NaCl 0,9% 20 ml/kg | Trauma: NaCl 0,9% 10 ml/kg per keer
Hypoglycemie: Glc 10% 2 ml/kg, gevolgd door Glc 5% infuus
| Medicament | Dosis | Indicatie | Cave |
|---|---|---|---|
| Adrenaline | 0,01 mg/kg IV (verdun 1 amp tot 10 ml) | Reanimatie, anafylaxie | — |
| Amiodarone | Volw: 300 mg / Kind: 5 mg/kg | VF/pVT refractair | HD-effect bij snel IV |
| Atropine | 0,5 mg IV (max 3 mg volw.) | Bradycardie | Max 0,04 mg/kg kind |
| CaCl₂ | 20 mg/kg traag IV | Hyperkaliëmie, -magnesiëmie | Aritmieën |
| Etomidaat | 0,1–0,2 mg/kg IV | Hypnoticum (snelwerkend) | Myoclonieën, pijn bij inspuiten |
| Fentanyl | 1–2 µg/kg IV | Analgesie (snel piekeffect) | AH-depressie, thoraxrigiditeit |
| Flumazenil | Per ml titreren (max 1 mg) | Benzo-antidotum | Onrust, hersedatie na 1u |
| Ketamine | 1–2 mg/kg IV | Hypnose/analgesie | Hypertensie, combineer met benzo |
| MgSO₄ | 1–2 g IV traag | Refractair VF, eclampsie | BD-daling, flush, AH-depressie |
| Morfine | 0,05–0,1 mg/kg IV | Analgesie | AH-depressie, BD-daling |
| NaBic 8,4% | 1 mEq/kg IV | Ernstige acidose, hyperkaliëmie | Hartstilstand |
| Naloxon | Verdun tot 10 ml, titreer per ml | Opioïd-antidotum | Snelwerkend, kort effect 5–15 min |
| Propofol | 1–3 mg/kg IV bolus | Hypnoticum | BD-daling, pijn bij inspuiten |
| Rocuronium | 0,6–1,2 mg/kg IV | Curarisatie (snelwerkend) | — |
| Sufentanil | 0,1 µg/kg IV | Analgesie | AH-depressie, traag inspuiten |
| Ogen (E) | Verbaal (V) | Motoriek (M) | |
|---|---|---|---|
| 6 | Voert opdrachten uit | ||
| 5 | Georiënteerd | Lokaliseert pijn | |
| 4 | Spontaan | Verward | Normale flexie (trekt terug) |
| 3 | Op aanspreken | Woorden | Abnormale flexie |
| 2 | Op pijnprikkel | Klanken | Extensie |
| 1 | Geen | Geen | Geen |
Totaal 3–15, noteer als E-V-M (bv. E3V4M6 = 13). Niet te beoordelen (bv. zwelling ogen, intubatie): noteer NT.
| Alert | Waakt, reageert normaal |
| Verbal | Reageert op aanspreken |
| Pain | Reageert op pijnprikkel |
| Unconscious | Geen reactie |
| Allergies | Allergieën voor medicatie, voedsel, latex, etc. |
| Medication | Huidige medicatie (incl. bloedverdunners, insuline, bètablokkers) |
| Past medical history | Relevante medische voorgeschiedenis, chirurgie |
| Last meal | Laatste maaltijd/inname (relevant bij aspiratierisico) |
| Events | Gebeurtenissen die tot huidige situatie leiden, omstandigheden |
| Age | Leeftijd en geslacht |
| Time | Tijdstip van het ongeval (bij vooraankondiging ook de verwachte aankomsttijd) |
| Mechanism | Letselmechanisme (bv. snelheid bij verkeersongeval, valhoogte, penetrerend letsel) |
| Injuries | Gevonden of vermoede letsels, van kop tot teen |
| Signs | Vitale parameters: AH, SpO₂, pols, BD, GCS (en hun evolutie) |
| Treatment | Gegeven behandeling (bv. tourniquet, medicatie, vocht, immobilisatie) |
Eén teamlid geeft de overdracht in ±60 s, naar het ontvangende team gericht; vragen pas na afloop.
| Tijd (u) | ml/u | Tijd (u) | ml/u |
|---|---|---|---|
| 0:30 | 2000 | 8 | 125 |
| 1 | 1000 | 10 | 100 |
| 2 | 500 | 12 | 84 |
| 3 | 333 | 16 | 62,5 |
| 4 | 250 | 20 | 50 |
| 5 | 200 | 24 | 42 |
| 6 | 167 | 48 | 21 |
| pH | CO₂ | HCO₃⁻ | Diagnose |
|---|---|---|---|
| ↓ | ↑ | nl | Respiratoire acidose |
| ↓ | ↑ | ↑ | Respiratoire acidose + metabole compensatie |
| ↓ | nl | ↓ | Metabole acidose |
| ↓ | ↑ | ↓ | Gecombineerde acidose |
| ↑ | ↓ | nl | Respiratoire alkalose |
| ↑ | nl | ↑ | Metabole alkalose |
| ↑ | ↓ | ↑ | Gecombineerde alkalose |