Standing Orders

Spoedgevallendienst — PIT / MUG interventies
Laatste aanpassingen: 28/09/2026 →
Inleiding ▼
Het staand order
  1. Een staand order is een door de arts vooraf vastgesteld behandelingsschema, waarin desgevallend verwezen wordt naar standaard verpleegplannen en/of procedures.
  2. Behalve in dringende gevallen kan een staand order enkel uitgevoerd worden na individualisering door de arts: nadat de arts heeft aangegeven bij welke patiënt het staand order moet worden toegepast.
  3. De arts vermeldt de voorwaarden waarin de verpleegkundige deze handelingen kan toepassen.
  4. De verpleegkundige beoordeelt of die voorwaarden vervuld zijn en voert enkel in dat geval de voorgeschreven handelingen uit. In het tegengestelde geval is hij/zij verplicht de arts in te lichten.
Toepassingsregels
  • Deze "staande orders" zijn gestandaardiseerde opdrachten die gedelegeerd worden aan de uitvoerders van de dringende geneeskundige hulpverlening (DGH).
  • Einddoel is de outcome van de patiënt optimaal te garanderen.
  • Urgentieartsen en verpleegkundigen worden geacht in de omschreven omstandigheden de opdracht(en) uit te voeren zoals gedelegeerd door het diensthoofd en stafleden.
  • Indien op voorschrift van een arts afgeweken wordt van deze staande orders, dient dit na de interventie verduidelijkt en neergeschreven te worden in het medisch dossier.
  • Een arts buiten het DGH-systeem ondertekent een voorschrift dat toegevoegd wordt aan het dossier.
  • Basishandelingen zijn niet vermeld maar worden uitgevoerd zoals beschreven in het handboek voor ambulanciers (Ministerie van Volksgezondheid) en volgens de wet op de verpleging.
  • Elke uitvoerder van de DGH verbonden aan de spoedgevallendienst verklaart zich akkoord met deze staande orders. Het bewust en onverantwoord negeren sluit hem/haar uit van verdere participatie in de DGH.
  • De verpleegkundige en arts in opleiding voeren enkel de door de MUG-verpleegkundige of MUG-arts gedelegeerde handelingen uit, volgens het concept van deze staande orders.
Codering & verwijzing op MUG-/PIT-fiches

Elke staande order heeft een vaste code: een letter volgens de ABCDE-groep plus een volgnummer, bv. T1 = zwaar (cranieel) trauma. Vermeld op de interventiefiche de toegepaste code(s).

LetterGroep
RReanimatie
ALuchtweg
BAdemhaling
CCirculatie
DNeurologie en bewustzijn
EOmgeving
TTrauma
SSymptoombestrijding
VVaria
PProcedures
R Reanimatie ▼
R1 Reanimatie volwassene
MUG
Steeds MUG-assistentie
ALS-algoritme
ALS-ALGORITME Geen ademhaling / gaspen → Bel reanimatieteam CPR 30:2 — Monitor/Defibrillator aansluiten Beoordeel ritme ≤5s SCHOKBAAR (VF/pVT) ⚡ 1 SCHOK (≥150J bifasisch) CPR 2 min — IV/IO toegang Na 3e schok: Adrenaline 1mg IV elke 3-5 min Amiodarone 300mg IV (150mg na 5e) Refractair VF na 3 shocks? → Vectorwissel: antero-posterieur Herhaal cycli: shock → CPR 2 min NIET SCHOKBAAR (PEA/Asyst.) Adrenaline 1mg IV ASAP CPR 2 min — IV/IO toegang Adrenaline 1mg elke 3-5 min Zoek 4H's en 4T's! Herhaal cycli: CPR 2 min → check ROSC → POSTREANIMATIEZORG ABCDE | SpO₂ 94-98% | Koorts voorkomen ≤37,7°C | 12-lead ECG | MAP >65 TIJDENS CPR: Kwalitatieve compressies 100-120/min Minimaliseer onderbrekingen Capnografie | IV voorkeur boven IO 4H's & 4T's: Hypoxie | Hypovolemie Hypo/hyperK | Hypo/hyperthermie Thromboembolie | Tensie-pneu Tamponade | Toxines

Tijdens de reanimatie:

  • Kwalitatieve thoraxcompressies: frequentie 100–120/min, diepte 5–6 cm, volledige recoil
  • Minimaliseer onderbrekingen van thoraxcompressies
  • Geef zuurstof — gebruik waveform-capnografie (bevestiging ETT-positie, kwaliteit van de CPR)
  • Geef ononderbroken compressies na plaatsing geavanceerde luchtweg
  • IV-toegang (voorkeur) of IO-toegang (backup)
  • Geef adrenaline 1 mg IV elke 3–5 minuten
  • Geef amiodarone 300 mg IV na 3 shocks, 150 mg IV na 5 shocks
  • Bewustzijn tijdens CPR (CPR-induced consciousness): overweeg sedatie/analgesie

Identificeer en behandel reversibele oorzaken (4 H's en 4 T's):

4 H's
Hypoxie
Hypovolemie
Hypo-/hyperkaliëmie
Hypo-/hyperthermie
4 T's
Thromboembolie
Tensie(spannings)pneumothorax
Tamponade (hart)
Toxische substanties

Overweeg:

  • Point-of-care echografie (POCUS), enkel als dit geen significante onderbreking van CPR veroorzaakt
  • Mechanische thoraxcompressies (transport/behandeling)
  • Coronaire angiografie en PCI
  • Extracorporele CPR (eCPR)
Asystolie of PEA (pulseless electrical activity)
  • Start BLS 30:2, beademing met ballon, 100% O₂ 15 L/min
  • Koppel monitor-defibrillator aan
  • Bevestig asystolie of PEA (dubbele controle aansluitingen en kabels)
  • Plaats IV-lijn (twee pogingen, max 2 min), NaCl 0,9% — zo nodig IO (IV eerst)
  • Geef adrenaline 1 mg IV zo snel mogelijk
  • Ga onverminderd voort met CPR
  • Herhaal adrenaline 1 mg IV elke 3–5 min, cycli 30:2 tot geavanceerde luchtweg
  • I-gel of intubeer (korte poging) MUG en bevestig/fixeer — gebruik capnografie
  • Denk aan 4 H's en 4 T's
  • Bij ROSC: zie Na ROSC
VF of VT zonder pols
  • Start BLS, beademing met ballon, O₂ 100% 15 L/min
  • Koppel monitor-defibrillator aan
  • Bevestig ritme: VF of pVT
VF/pVT Protocol
Shock 1 — Defibrilleer (bifasisch ≥150 J; monofasisch 360 J)
↓
CPR 2 min — Plaats IV (voorkeur) of IO, NaCl 0,9%
↓
Ritmecontrole ≤ 5 sec
↓
Shock 2 — Defibrilleer
↓
CPR 2 min — I-gel of intubeer (korte poging) MUG en bevestig/fixeer — gebruik capnografie
↓
Ritmecontrole ≤ 5 sec
↓
Shock 3 — Defibrilleer
Adrenaline 1 mg IV + Amiodarone 300 mg IV bolus
↓
CPR 2 min
↓
Bij refractair VF na 3 shocks: overweeg vectorwissel — verplaats pads naar antero-posterieure positie. Optimaliseer impedantie (ev. scheren).
↓
Shock 4 — Defibrilleer
↓
CPR 2 min
↓
Shock 5 — Defibrilleer
Adrenaline 1 mg IV + Amiodarone 150 mg IV bolus
↓
Herhaal cycli — Adrenaline elke 3–5 min — Denk aan 4H's en 4T's

Bij ROSC: zie Na ROSC

Na ROSC
  • ABCDE, blijf monitoren
  • SpO₂ 94–98%: titreer O₂ zodra de saturatie betrouwbaar is, vermijd hyperoxie
  • Beademing: EtCO₂ 35–45 mmHg, vermijd hyperventilatie
  • 12-afleidingen-ECG en doorsturen (STEMI → cathlab)
  • Syst. BD >100 mmHg (MAP >65 mmHg)
  • Glycemie meten
  • Temperatuur: koorts voorkomen (≤37,7°C), niet actief opwarmen
R2 Reanimatie kind
MUG
Steeds MUG-assistentie
Pediatrisch ALS-algoritme
Reageert niet en ademt niet normaal → roep MUG
↓
Open luchtweg, 5 initiële beademingen (ballon-masker, O₂ 100%)
↓
Geen tekenen van leven → CPR 15:2 — sluit monitor/defibrillator aan (pads)
↓
Beoordeel ritme
SCHOKBAAR
VF / VT zonder pols
⚡ Shock 1 4 J/kg
CPR 2 min — IV/IO-toegang
↓
⚡ Shock 2
CPR 2 min — overweeg ETT/I-gel, capnografie
↓
⚡ Shock 3
CPR 2 min + adrenaline 10 µg/kg + amiodarone 5 mg/kg
↓
Verder: adrenaline elke 3–5 min (om de 2 cycli); amiodarone 5 mg/kg opnieuw na shock 5
NIET SCHOKBAAR
Asystolie / PEA
Adrenaline 10 µg/kg IV/IO zo snel mogelijk
↓
CPR 2 min — IV/IO-toegang, overweeg ETT/I-gel, capnografie
↓
Adrenaline elke 3–5 min (om de 2 cycli)
↓
Zoek en behandel omkeerbare oorzaken
↓
Na elke 2 min: ritmecontrole (≤5 s). Wordt het ritme schokbaar of niet-schokbaar: volg die tak.
↓
ROSC → Na ROSC (zelfde principes als bij volwassenen)
Kwaliteit CPR
• Diepte ≥⅓ van de borstkas (zuigeling ±4 cm, kind ±5 cm), 100–120/min, volledige terugvering
• Minimale onderbrekingen; wissel elke 2 min van compressor
• 15:2 tot geavanceerde luchtweg; daarna continue compressies en beademing: <1 j 25/min, 1–8 j 20/min, 8–12 j 15/min, >12 j 10/min
Defibrillatie
• 4 J/kg per shock (niet hoger dan de dosis voor volwassenen)
• Refractaire VF/pVT (≥6 shocks): overweeg ophogen tot 8 J/kg (max 360 J)
• Pads antero-lateraal; zuigeling of kleine kinderen antero-posterieur
Medicatie (berekende dosis: PediMed)
• Adrenaline 10 µg/kg IV/IO (max 1 mg): 1 mg/ml verdund met 9 ml NaCl 0,9% → 0,1 ml/kg
• Amiodarone (Cordarone) 5 mg/kg IV/IO (max 300 mg) na shock 3 en shock 5
• Alternatief voor amiodarone, in overleg met MUG-arts: lidocaïne 1 mg/kg
• Steeds NaCl 0,9% en O₂ 15 L/min 100%
Luchtweg en ROSC
• Ballon-masker met O₂ 100%; I-gel of intubatie door de MUG
• Capnografie: lage EtCO₂ → verbeter de kwaliteit van de CPR
• Tekens van ROSC: voelbare pols en/of bloeddruk, plotse stijging van de EtCO₂
Omkeerbare oorzaken (4 H's en 4 T's): hypoxie, hypovolemie, hypo-/hyperkaliëmie en hypoglycemie (metabool), hypothermie · tensiepneumothorax, tamponade, toxines, trombose (pulmonaal/coronair)
LET OP!
• Geen fingersweep in de mond
• Geen hyperextensie nek
• Hartmassage 1 vingerbreedte boven xiphoid
• Start CPR bij pols <60/min met hemodynamische weerslag
A Luchtweg ▼
A1 Verstikking
MUG
MUG-assistentie bij:
  • Ineffectieve hoest of bewustzijnsverlies
  • Aanhoudende ademnood na het verwijderen van het voorwerp
Volwassene en kind ouder dan 1 jaar
  • Effectieve hoest: moedig hoesten aan, blijf bij de patiënt en observeer
  • Ineffectieve hoest, patiënt bij bewustzijn: tot 5 rugslagen tussen de schouderbladen (patiënt voorovergebogen)
  • Geen resultaat: tot 5 abdominale compressies (Heimlich)
  • Blijf afwisselen: 5 rugslagen en 5 abdominale compressies
  • Zwangerschap of obesitas: thoraxcompressies in plaats van abdominale compressies
  • Bewustzijnsverlies: start reanimatie. Kijk voor elke beademing in de mond; verwijder enkel een zichtbaar voorwerp, geen blinde fingersweep
  • Overweeg directe laryngoscopie en verwijderen met de Magill-tang
Zuigeling (jonger dan 1 jaar)
  • Tot 5 rugslagen, zuigeling op de onderarm met het hoofd lager dan de romp
  • Geen resultaat: tot 5 thoraxcompressies (twee vingers, onderste helft sternum)
  • Blijf afwisselen; bij bewustzijnsverlies: start reanimatie kind (R2)
Na desobstructie
  • Na abdominale compressies: steeds medische evaluatie (risico op inwendig letsel)
  • Aanhoudende hoest, slikklachten of het gevoel dat er nog iets zit: transport voor verdere evaluatie
A2 Anafylaxie en Quincke-oedeem
MUG
MUG-assistentie bij:
  • Dreigende intubatienood
  • Bewustzijnsverlies
  • Onvoldoende beterschap na adrenalinetoediening
Anafylaxie: acute, ernstige allergische reactie van het hele lichaam, minuten tot uren na contact met een trigger (voeding, medicatie, insectensteek, latex). Luchtweg-, ademhalings- en/of circulatieproblemen, meestal met huid- of slijmvliesletsels (urticaria, jeuk, zwelling). Anafylactische shock = anafylaxie met hypotensie of tekens van shock.
Quincke-oedeem (angio-oedeem): snelle zwelling van de diepere huid en slijmvliezen (lippen, tong, oogleden, keel), vaak zonder jeuk. Gevaarlijk bij zwelling van tong of larynx: heesheid, stridor, slikproblemen. Kan ook niet-allergisch zijn (bv. door ACE-remmers of erfelijk); dan hebben adrenaline en corticoïden minder resultaat.
Volwassene
  • Verwijder oorzaak indien mogelijk (vb. angel insect)
  • Monitoring: ECG, BD, SpO₂, AH — O₂ 15 L/min oxymask — IV-lijn met NaCl 0,9%
  • Adrenaline IM, bij elke anafylaxie: adrenaline puur (1 mg/ml) 0,5 mg IM in de anterolaterale dij; herhaal na 5 min indien geen verbetering
  • Bovenste luchtwegobstructie (stridor, heesheid, zwelling van tong of keel): zittende houding + aerosol adrenaline puur (1 mg/ml) 5 mg (5 ml)
  • Circulatieprobleem (hypotensie, tekenen van shock): Trendelenburg; meteen een 2e IV-lijn, NaCl 0,9% 500 ml snel, herhaal tot syst. BD >90 mmHg
  • Na adrenaline, bij elke anafylaxie: promethazine (Phenergan) 25–50 mg IM + methylprednisolon (Solu-Medrol) 80 mg IV
  • Cardiaal arrest: ALS-protocol volwassene (R1)
Kind
  • Verwijder oorzaak indien mogelijk
  • Ernst inschatten: BD, pols, capillaire refill, bewustzijn, angio-oedeem, heesheid — O₂ 100% 15 L/min via masker
  • Adrenaline IM, bij elke anafylaxie: adrenaline puur (1 mg/ml) 10 µg/kg IM = 0,01 ml/kg (max 0,5 mg) in de vastus lateralis; herhaal na 5 min indien geen verbetering. De berekende dosis staat in PediMed.
  • Bovenste luchtwegobstructie (stridor): aerosol adrenaline puur (1 mg/ml): 2,5 mg onder 10 kg, 5 mg vanaf 10 kg, met 3 ml NaCl 0,9%
  • Wheezing die aanhoudt na adrenaline IM: aerosol salbutamol (Ventolin) 2,5 mg (<5 j) / 5 mg (≥5 j)
  • Circulatieprobleem (tachycardie, capillaire refill >2 s, hypotensie): meteen IV/IO + NaCl 0,9% 10 ml/kg bolus, herhaal op geleide van de respons
  • Na adrenaline: methylprednisolon (Solu-Medrol) 2 mg/kg IV
  • Cardiaal arrest: ALS-protocol kind (R2)
B Ademhaling ▼
B1 Acute respiratoire insufficiëntie
MUG
MUG-assistentie bij:
  • Ernstige opstoot (COPD of astma)
  • SpO₂ blijvend <85% of patiënt deterioreert
  • Bewustzijnsdaling
COPD-exacerbatie
Auscultatie-hulp bij kortademigheid:
• Expiratoire wheezing → astma/COPD
• Inspiratoire stridor → bovenste luchtwegobstructie (cave anafylaxie!)
• Grove bilaterale crepitaties → acuut longoedeem
• Verminderd ademgeruis unilateraal → pneumothorax / pleuravocht / hemothorax / pneumonie
• Weinig/geen ademgeruis bij gekende astma → alarmteken "silent chest"!
  • Geef O₂ via oxymask, titreer tot SpO₂ 88–92%
  • Monitoring: ECG / BD / P / SpO₂ / AH-frequentie
  • Schat ernst in: hulpademhalingsspieren? Tirage? Cyanose? Corfalen? Somnolent? Geagiteerd?
  • Aerosol: ipratropium/fenoterol (Duovent), ev. herhalen na 5 min
  • Plaats IV-lijn, neem labo
  • Geef methylprednisolon (Solu-Medrol) 80 mg IV
Astma-exacerbatie
  • Geef O₂ 100% 15 L/min via oxymask
  • Monitoring: BD / P / SpO₂ / AH-frequentie
  • Titreer O₂ tot SpO₂ ≥94%
  • Aerosol ipratropium/fenoterol (Duovent) met zuurstof
  • Plaats IV-lijn, NaCl 0,9%, neem labo
  • Geef methylprednisolon (Solu-Medrol) 80 mg IV
  • Zo nodig ipratropium/fenoterol (Duovent) te herhalen (tachycardie is geen contra-indicatie)
  • Onvoldoende respons of levensbedreigend:
    magnesiumsulfaat 2 g IV in 100 ml NaCl 0,9% over 20 min (eenmalig)
    adrenaline puur (1 mg/ml) 0,5 mg IM
Astma kind
ErnstigLevensbedreigend
Te kortademig om te spreken/eten, intrekkingen, hulpAH-spieren
AH >30/min (>5j) of >50/min (2–5j)
Pols >120/min (>5j) of >130/min (2–5j)
(Dreigende) uitputting, verminderde ademarbeid, silent chest, hypotensie, verminderd bewustzijn/agitatie
Aerosol salbutamol (Ventolin) 2,5 mg (<5j) / 5 mg (>5j) — zo veel als nodig
Aerosol ipratropium (Atrovent) 125 µg (<1j) / 250 µg (>1j)
Methylprednisolon 2 mg/kg IV bolus
Ernstig: overweeg salbutamol (Ventolin) 15 µg/kg IV over 15 min (arts)
Overweeg magnesiumsulfaat 50 mg/kg IV (max 2 g) over 20 min (arts)
B2 Acuut longoedeem
MUG
Steeds MUG-assistentie

Symptomen: plotse dyspnoe, rozig sputum, orthopnoe, voorgeschiedenis corlijden. DD: pneumonie, COPD-opstoot.

  • Zuurstof 100% 15 L/min, titreer tot SpO₂ ≥94%
  • Patiënt rechtop zetten, geen inspanningen laten doen
  • Monitoring: ECG / BD / P / SpO₂ / AH-frequentie
  • Plaats IV-lijn (Glc 5% 100 ml), neem labo
  • Geef furosemide (Lasix) 40 mg IV
  • Geef morfine 0,1 mg/kg traag IV (cave ademhalingsdepressie)
  • Indien syst. BD >140 mmHg: isosorbidedinitraat (Cedocard) 5 mg SL
  • Overweeg NIV CPAP (Boussignac)
C Circulatie ▼
C1 Thoracale pijn en acuut coronair syndroom
  • Laat patiënt geen inspanningen meer doen
  • ABCDE-benadering
  • Parameters: BD / P / SpO₂
  • Geef O₂ enkel bij SpO₂ <94%, titreer tot 94–98%
  • Neem 12-afleidingen ECG en stuur door / overleg met TRI-arts
  • Plaats IV-toegang, neem labo
STEMI-protocol:
1. Verwittig TRI-arts en cardioloog
2. Aspirine 250 mg IV
3. P2Y12-remmer (overleg met arts): prasugrel (Efient) 60 mg PO of ticagrelor (Brilique) 180 mg PO
   Onder DOAC of ICB/CVA in VG: clopidogrel (Plavix) 600 mg PO eenmalig
4. Heparine 5000 E IV (overleg met arts)
5. Dringend transport naar CATHLAB voor primaire PCI
6. Pijnstilling IV volgens pijnprotocol
NSTEMI / Instabiele angor:
1. Aspirine 250 mg IV
2. Verwittig TRI-arts, contacteer cardioloog van wacht
3. Zo dringende PCI: Heparine 5000 E IV (arts)
4. Zo geen vroeg invasief beleid: ticagrelor (Brilique) 180 mg PO (arts)
   Onder DOAC of ICB/CVA in VG: clopidogrel (Plavix) 300 mg PO (arts)
5. Pijnstilling: isosorbidedinitraat (Cedocard) 5 mg SL (zo BD >100 mmHg, cave RV-infarct), ev. morfine 0,05 mg/kg IV
C2 Ritmestoornissen
MUG
MUG-assistentie bij:
  • Bradycardie met hemodynamische weerslag
  • Tachycardie met hemodynamische weerslag (instabiel): synchrone cardioversie door MUG
  • Onregelmatige breed-QRS-tachycardie
Bradycardie
  • ABCDE-benadering
  • Monitoring: ECG / BD / SpO₂, bevestig bradycardie, print ritmestrook
  • Geef O₂ enkel bij SpO₂ <94%
  • Plaats IV-lijn, NaCl 0,9%
  • Neem een 12-afleidingen ECG
  • Zoek en behandel omkeerbare oorzaken (bv. myocardinfarct, elektrolytstoornis, bètablokker of calciumantagonist)
Bradycardie-algoritme
Levensbedreigende kenmerken?
  • Shock
  • Syncope
  • Myocardischemie
  • Ernstig hartfalen
of onmiddellijk na ROSC
JA Atropine 0,5 mg IV
Voldoende respons?
Ja → beoordeel risico op asystolie
Nee → tussentijdse maatregelen ↓
NEE Risico op asystolie?
  • Recente asystolie
  • AV-blok Mobitz II
  • Volledig AV-blok met breed QRS
  • Ventriculaire pauze >3 s
Ja → tussentijdse maatregelen ↓
Nee → observeer
↓
Tussentijdse maatregelen
  • Atropine 0,5 mg IV, herhaal tot max 3 mg
  • Isoprenaline 5 µg/min IV
  • Adrenaline 2–10 µg/min IV
  • Eventueel transcutane pacing 60/min (pijnstilling!)
↓
Overleg met cardioloog — temporaire transveneuze pacemaker
Tachycardie (met pols)

Tachycardie = HF >100/min. Bij structureel normaal hart zelden symptomatisch <150/min. Breed QRS = QRS ≥120 ms (3 kleine vakjes). Dit algoritme geldt niet voor sinustachycardie: behandel dan de oorzaak, geen antiaritmica of cardioversie.

  • ABCDE-benadering
  • Monitoring: ECG / BD / SpO₂
  • Geef O₂ enkel bij SpO₂ <94%
  • Plaats IV-lijn
  • Neem een 12-afleidingen ECG
  • Zoek en behandel omkeerbare oorzaken
Tachycardie-algoritme
Levensbedreigende kenmerken?
  • Shock
  • Syncope met ernstige of aanhoudende hypotensie
  • Myocardischemie
  • Ernstig hartfalen met longoedeem of shock
of onmiddellijk na ROSC
JA — INSTABIEL Leg defib-pads aan
Synchrone cardioversie MUG: tot 3 pogingen, sedatie/anesthesie indien bij bewustzijn
Niet succesvol: amiodarone (Cordarone) 300 mg IV over 10–20 min, herhaal synchrone cardioversie
NEE — STABIEL Beoordeel QRS op 12-afleidingen ECG:
breed (≥120 ms) of smal (<120 ms), regelmatig of onregelmatig ↓
Breed QRS, regelmatig
  • Leg defib-pads aan
  • Gekende VT, onzeker mechanisme, gekende of vermoede hartziekte, of vagale manoeuvres en adenosine falen: amiodarone (Cordarone) 300 mg IV over 10–60 min, daarna 900 mg over 24 u (arts)
  • Geen effect: synchrone cardioversie onder sedatie MUG
Breed QRS, onregelmatig — expertise nodig MUG
  • VKF met pre-excitatie: synchrone cardioversie MUG
  • Polymorfe VT met verlengd QT (torsades de pointes): MgSO₄ 2 g IV (8 mmol) over 10 min; overweeg isoprenaline of tijdelijke pacing; geen amiodarone
Smal QRS, regelmatig
  • Vagale manoeuvres: valsalva-manoeuvre (15 sec blazen in 20 ml spuit, daarna snel plat + benen omhoog 2 min)
  • Geen effect: adenosine (Adenocor) 6 mg snelle IV-bolus + flush; zo nodig 12 mg, daarna 18 mg (arts) — niet bij pre-excitatie
  • Geen effect: bètablokker (arts)
  • Geen effect: synchrone cardioversie MUG
Smal QRS, onregelmatig — waarschijnlijk VKF
  • Frequentiecontrole (arts): bètablokker of digoxine
  • Duur >24 u: anticoagulatie nodig vóór reconversie
↓
Deskundige hulp bij aanhoudende tachyaritmie of levensbedreigende kenmerken
C3 Shock
MUG
MUG-assistentie bij:
  • Cardiogene shock
  • Hypovolemische shock
  • Obstructieve shock

Herkenning: hypotensie (syst. BD <90 mmHg), tachycardie (>90/min), tachypnoe (>20/min), perifere hypoperfusie, verwardheid, oligurie.

Cardiogene shock
Kliniek: tachypnoe, tirage, cyanose, bilateraal crepitaties, stuwing halsvenen, perifere oedemen, thoracale pijn
→ Halfzittend, O₂ 15 L/min OxyMask
→ Isosorbidedinitraat (Cedocard) 5 mg SL (zo BD >140, geen RV-infarct)
→ Furosemide (Lasix) 40 mg IV
→ Morfine getitreerd (cave AH <12/min)
→ Overweeg CPAP/NIV
Hypovolemische shock
Geen stuwing, perifere vasoconstrictie
(vb. AAA, GI-bloeding, trauma)
→ Liggend, Trendelenburg
→ O₂ 15 L/min OxyMask
→ 2× IV/IO, Plasmalyte vulling
Distributieve shock
• Septische shock: warm, mogelijk koorts, anamnese infectie
• Anafylaxie (zie A2)
• Neurogeen
→ Adrenaline 0,5 mg IM (anafylaxie)
→ O₂ 15 L/min OxyMask
→ 2× IV, vochtbolus Plasmalyte 500 ml bij MAP <65 mmHg, te herhalen zo nodig
→ Herhaal adrenaline na 5–10 min zo nodig
Obstructieve shock
Stuwing halsvenen zonder longoedeem
(vb. longembolie, spanningspneu, tamponade)
→ O₂ 15 L/min OxyMask
→ 2× IV/IO, Plasmalyte 1000 ml
Asymmetrisch ademgeruis? Subcutaan emfyseem? Tracheadeviatie?
→ Spanningspneu? → (vinger)thoracostomie in de 4e–5e ICS, voorste axillairlijn MUG
D Neurologie en bewustzijn ▼
D1 Bewustzijnsverandering
Veiligheid hulpverleners! Draag CO-detector en overweeg steeds CO-intoxicatie
  • ABCDE — prioriteit: vrije luchtweg (inspectie mond/keelholte, hyperextensie, jaw thrust, overweeg nasofaryngeale tube)
  • Monitoring (ECG, BD, saturatie, T°, AH)
  • O₂-therapie: streef SpO₂ >94%
  • Waakperfusie Plasmalyte of katheterslot
  • Glycemiecontrole! Corrigeer hypo- of hyperglycemie
  • Check BE-FAST: wees bedacht op CVA/TIA ("Time is Brain!")
  • Neurologische evaluatie: GCS, pupillen, ledemaatbeweging
  • GCS >13: opname in het ziekenhuis
  • GCS 8–13: matige neurologische aandoening (overweeg MUG-bijstand)
  • GCS ≤8: ernstig, intubatiemateriaal klaarzetten (vraag MUG-bijstand)
Glasgow Coma Scale
Ogen (E)Verbaal (V)Motoriek (M)
6Voert opdrachten uit
5GeoriënteerdLokaliseert pijn
4SpontaanVerwardNormale flexie (trekt terug)
3Op aansprekenWoordenAbnormale flexie
2Op pijnprikkelKlankenExtensie
1GeenGeenGeen

Totaal 3–15, noteer als E-V-M (bv. E3V4M6 = 13). Niet te beoordelen (bv. zwelling ogen, intubatie): noteer NT.

Denk aan: Hypoglycemie, opioïdintoxicatie (pinpointpupillen, AH <10/min → naloxon), CVA, hersentrauma, CO-intoxicatie, metabole oorzaken, postictaal
D2 Hypoglycemie
MUG
MUG-assistentie bij:
  • Geen opklarend bewustzijn na herhaalde glucosetoediening
  • Denk hieraan bij: malaise + zweten/bleekheid, bewustzijnsstoornis, agitatie, convulsies, hemiplegie
  • Glycemie meten!
  • O₂ op geleide van saturatie
Glycemie <60 mg/dl en/of comateus?
JA:
IV Glc 5% 500 ml + glucose 10 g IV (hypertoon)
Herhaal na 5 min indien glycemie <70 mg/dl of niet ontwaken
Na ontwaken: trage suikers PO (brood) ter preventie recidief
>60 + bewust:
Suiker PO (suikerwater, cola, boterham)
Ev. glucose 5 g IV
Bewustzijn bewaken
Kind (<16 jaar of <50 kg)
  • Glucose 0,2 g/kg IV (berekend volume en verdunning: zie PediMed); geen onverdunde glucose 50% bij kinderen (weefselnecrose bij extravasatie)
  • Eventueel herhalen na 10 min
Transportcriteria na behandeling hypoglycemie:
Transport vanaf glycemie >90 mg/dl. Geen transport enkel bij kortwerkende insuline als oorzaak, én:
• Mentale status genormaliseerd | Oorzaak duidelijk (bv. vergeten eten) | Normaal geen glycemieschommelingen | Glycemie ≥90 mg/dl | Betrouwbare volwassene aanwezig
Bij langwerkende preparaten of orale antidiabetica: ALTIJD transport!
Kinderen ALTIJD transport!
D3 Convulsies volwassene
MUG
MUG-assistentie bij:
  • Convulsies langer dan 10 min
  • Bescherm patiënt tegen verwondingen
  • ABCDE — Monitor BD, pols, SpO₂
  • O₂ 100%, titreer
  • Bepaal glycemie (vingerprik) — bij hypo: glucose 10 g IV, ev. herhalen + Glc 5% infuus
  • Bloedafname
Onmiddellijk: IV-lijn, NaCl 1 L/24u
Snel IV-toegang: midazolam (Dormicum) 5 mg IV óf lorazepam (Temesta) 4 mg IV óf diazepam (Valium) 10 mg IV
Geen IV-toegang: midazolam (Dormicum) 10 mg IM of buccaal óf diazepam (Valium) 10 mg IR
>10 min convulsies:
Herhaal benzo (zelfde dosis): opgelet, effectiviteit daalt en kans op ademhalingsdepressie stijgt
Valproaat (Depakine) oplaaddosis 40 mg/kg IV (max 3 g) bolus over 5–10 min (arts); contra-indicaties: zwangerschap, leverlijden
Refractair ondanks valproaat of onhoudbare luchtweg/ventilatie: RSI met propofol MUG
D4 Convulsies kind
MUG
MUG-assistentie bij:
  • Persisterende convulsies bij aankomst PIT
  • Ademhalingsdepressie of onhoudbare luchtweg
  • Tekenen van meningitis of sepsis (petechiën/purpura, nekstijfheid, zieke indruk)

Kind met convulsieve bewegingen of in postictale toestand (slaperigheid, verwardheid, gedragsstoornis na de convulsie). Vanaf 12 jaar of ≥50 kg: zie D3 Convulsies volwassene. Dosissen per gewicht: PediMed → Convulsies.

  • Noteer het tijdstip van begin van de convulsie
  • Bescherm tegen verwondingen, niets in de mond; na de convulsie stabiele zijligging
  • ABCDE: vrije luchtweg, O₂ 15 L/min via NRM
  • Monitoring: SpO₂, pols, AH, temperatuur
  • Glycemie bepalen! <60 mg/dl: glucose 0,2 g/kg IV (zie D2)
  • Anamnese: gekende epilepsie of eerste keer? Koorts? Reeds medicatie gegeven (bv. rectiole of buccale midazolam door ouders)? CAVE: hersentrauma, intoxicatie
Behandeling convulsie kind
Convulsie ≥5 min of nog bezig bij aankomst PIT
↓
IV/IO-toegang aanwezig?
JA Midazolam (Dormicum) 0,1 mg/kg IV/IO (max 5 mg)
óf diazepam (Valium) 0,2 mg/kg IV/IO (max 10 mg)
NEE Midazolam (Dormicum) 0,2 mg/kg IN via MAD of IM (max 10 mg)
Enkel als IN/IM niet lukt: diazepam (Valium) rectaal
2–5 j: 0,5 mg/kg · 6–11 j: 0,3 mg/kg
↓
Na 5–10 min nog convulsies?
Herhaal benzodiazepine (zelfde dosis), bij voorkeur IV/IO. Maximaal 2 doses in totaal, ook als thuis al een dosis werd gegeven.
↓
Na 2 doses nog convulsies? (status epilepticus)
Tweedelijnsmiddel IV (arts): levetiracetam (Keppra) 60 mg/kg in 20 min
óf valproaat (Depakine) 40 mg/kg in 20 min (niet <2 j; max 3 g)
↓
Refractair of onhoudbare luchtweg/ventilatie: RSI MUG
Koorts (koortsstuipen)
• Meestal tussen 6 maanden en 5 jaar
• Behandel eerst de convulsie; vraag na of er al koortswerende medicatie gegeven werd (wat, hoeveel, hoe laat)
• Ontkleed het kind; niet actief afkoelen
• Koortswerend, voor comfort: paracetamol suppo 20 mg/kg of 15 mg/kg IV; eventueel ibuprofen 10 mg/kg IV
Rode vlaggen: denk aan meningitis, sepsis of encefalitis
• Leeftijd <6 maanden
• Focale convulsie, duur >15 min of herhaling binnen 24 u
• Traag herstel of blijvend verlaagd bewustzijn
• Nekstijfheid, bomberende fontanel, petechiën/purpura
• Zieke indruk, slechte perfusie
Benzodiazepine-overdosering (ademhalingsdepressie): eerst ballon-maskerbeademing met O₂.
Flumazenil (Anexate) 0,01 mg/kg IV (max 0,2 mg), traag over 15 s, mag na 60 s herhaald worden. Steeds eerst overleg met de spoedarts: flumazenil kan convulsies uitlokken.
Transport: kinderen na een convulsie altijd naar het ziekenhuis. Bij status epilepticus: in overleg met de MUG naar een ziekenhuis met PICU.
D5 CVA

Elke patiënt met plots gefocust neurologisch deficit: vermoeden trombose of cerebrale embolie. Dringende trombolyse/thrombectomie kan in welbepaalde gevallen genezing geven.

BE-FAST test:
Balance — plots verlies van evenwicht?
Eyes — plots zichtverlies of dubbelzicht?
Face — asymmetrie bij glimlachen?
Arm — arm zakt weg bij ophouden?
Speech — nieuwe spraakstoornis?
Time — aanvangsuur noteren! Time = brain!
  • Precieze anamnese: aanvangsuur, duur, pijn, CVA/TIA VG, bloedverdunners
  • ABCDE + D (GCS, pupillen, neurologisch deficit)
  • Patiënt in stabiele zijligging of rugligging 30°
  • Monitoring: ECG, BD aan beide armen, SpO₂
  • Glycemie meten en corrigeren!
  • IV NaCl 0,9% à minima, neem labo
  • O₂ enkel bij SpO₂ <94%, titreer tot 94–98%
  • Bij BD >220/110 mmHg: labetalol (Trandate) 10 mg IV over 2 min
  • Volg neurologische parameters
  • Verwittig TRI-arts → CVA-protocol / stroke unit
D6 Agitatie
MUG
MUG-assistentie bij:
  • Dreigend gevaar (ev. politiebijstand)

Etiologie: meestal psychiatrisch, daarnaast organisch of toxisch; vaak een combinatie. Drie niveaus: oncontroleerbaar met geweld, dreigend geweld, controleerbaar.

  • Veiligheid! Bij dreigend gevaar: ev. politiebijstand
  • Probeer de-escalatie: rustige omgeving, poging tot dialoog
  • Anamnese: trauma, intoxicatie, derving, psychiatrische VG, diabetes, koorts, lever-/nierlijden
  • Glycemie meten! Corrigeer zo nodig
  • Monitoring (ECG, BD, SpO₂, T°), IV NaCl 0,9% 500 ml
Benzodiazepines (intoxicatie, angst):
PO: Lorazepam (Temesta) 1 mg SL
IV/IM: Lorazepam (Temesta) 2 mg IV (herhaal na 3 min) of 2 mg IM (herhaal na 30 min)
Diazepam (Valium) 5 mg IV (herhaal na 3 min). IM te vermijden wegens trage resorptie.
Antipsychotica (delirant/psychotisch gedrag, hallucinaties):
Clotiapine (Etumine) 20 mg IV (herhaal na 10 min) — arts
Mag ook IM toegediend worden, maar tragere onset (20–30 min)
D7 Opiaatintoxicatie

Klassiek toxidroom: ademhalingsdepressie (<12/min), bewustzijnsvermindering tot coma, miose (vernauwde pupillen). Bij poly-intoxicaties kan miose ontbreken.

Veiligheid bij vermoeden hoog-potente opioïden (designer drugs):
Steeds handschoenen + masker | Geen mond-op-mond beademing | Verwijder bron | Open geen zakjes met onbekend poeder | Vermijd contact ogen/neus/mond/huid | Was huid met koud water en zeep (alcogel onvoldoende)
  • ABCDE — verzeker vrije luchtweg vóór medicatie (chinlift/jaw thrust)
  • O₂ op geleide van saturatie
  • Bij hypoventilatie (AH <8/min, kind <15/min): beadem onmiddellijk met masker en ballon
  • IV-lijn bij GCS <15
  • Glycemie bepalen!
  • Controleer op fentanylpleisters, T° (risico hypothermie)
Naloxone (0,4 mg/1 ml) — verdun IV steeds tot 10 ml met NaCl 0,9%:
Opioïd-gebruiker / onzekerOpioïd-naïef
Start (bij hypoventilatie + nood beademing)40 µg IV (= 1 ml verdunning)0,4 mg IV (= 10 ml verdunning) of 0,4 mg IM puur
Onvoldoende na 2 min80 µg IV (= 2 ml)Herhaal 0,4 mg IV
Onvoldoende na 4 min160 µg IV (= 4 ml)Herhaal 0,4 mg IV
Onvoldoende na 6 minOverleg spoedarts — max 10 mg, zoek andere oorzaak
STOPBij spontane normale AH + GCS 13–14Bij spontane AH en/of bewustzijn
Cave: Naloxone werkt 30–90 min = korter dan de meeste opioïden → rebound mogelijk! Blijf observeren.
Kind: 0,01 mg/kg IV, zo nodig herhaal met 0,1 mg/kg. Geen IV → IM.
Kinderen worden ALTIJD getransporteerd.
E Omgeving ▼
E1 Brandwonden
MUG
MUG-assistentie bij:
  • Elektrische brandwonden
  • >15% TVLO volwassene
  • >10% TVLO kind
  • Aangezichtsverbranding
  • Eerste balans: diepte, grootte, verzwarende factoren (inhalatie, trauma, blast, gevoelige zones, circulaire brandwonden)
  • Anamnese: oorzaak, wijze van blootstelling, tijdstip
  • Denk aan rookinhalatie (cfr beleid CO-intoxicatie, E6)
TVLO — Regel van 9 (volwassene) VOORZIJDE ACHTERZIJDE 4,5% 18% 4,5% 9% 4,5% 9% 1% (1%) (1%) 4,5% 18% 4,5% 9% 4,5% 9% Hoofd 9 · elke arm 9 · romp 36 · elk been 18 · perineum 1 = 100% Handpalm patiënt (met vingers) = 1% TVLO, voor kleine of verspreide letsels Tel enkel 2e, 3e en 4e graad. Kind: hoofd relatief groter (18%), benen kleiner.
  • Ontkleed patiënt, verwijder objecten (ringen, kettingen) in aangetaste zones — geen debridement
  • Koeling: sproeier 20/20/20 — 20 min aan 20°C op 20 cm afstand
    Uitzondering: lithium, natrium, kalium, fosfor, magnesium → afborstelen
  • Bedek met kompressen gedrenkt in NaCl 0,9% (kinderen: enkel bij <10% TVLO)
  • Alu-deken (gouden kant naar buiten)
  • Monitoring: ECG, BD, SpO₂
  • 2 IV-lijnen groot kaliber — NaCl 0,9% aan 200 ml/u (kind: 2 ml/kg/u)
  • Bij inhalatie van dampen of rook: O₂ 15 L/min oxymask
  • Pijnstilling: paracetamol 1 g IV + fentanyl 1 µg/kg IV (ev. herhalen na 10 min)
  • Bij aangezichtsverbranding: leg intubatiemateriaal klaar (snel oedeem!)
Vochtresuscitatie (Parkland-formule)

Volwassenen met brandwonden ≥15% TVLO, kinderen ≥10% TVLO:

  • Plasmalyte 4 ml × kg × %TVLO (°) = volume voor de eerste 24 u
  • Start zo snel mogelijk na het ongeval
  • De helft in de eerste 8 u (te rekenen vanaf het ongeval), de andere helft in de volgende 16 u
Voorbeeld: 70 kg, 20% TVLO → 4 × 70 × 20 = 5600 ml/24 u → 2800 ml in de eerste 8 u = 350 ml/u
(°) TVLO: tel geen 1e graad (erytheem).
Verwijzing brandwondencentrum: 2e graad >20% (kind >15%) | Elke 3e graad brandwonde bij kind | Volwassenen met brandwonden 15% tot 20% (of kinderen 10% tot 15%) zonder verzwarende factoren en minder dan 10% 3e graad: beslissing MUG-arts
E2 Elektrisering
EIGEN VEILIGHEID EERST! Raak slachtoffer niet aan zolang gekoppeld aan stroombron.
  • Beveilig interventieplaats
  • Hoofdimmobilisatie met headblocks — elektrische ontlading = potentieel polytrauma
  • Ogenschijnlijk ongedeerd → steeds hospitaliseren (24u monitoring)
  • Symptomatisch: monitoring, O₂, IV Plasmalyte 500 ml
  • Zoek ingangs- en uitgangspoort op, verband
  • 12-afleidingen ECG bij ritmestoornis
  • Bij hartstilstand: ALS-algoritme + aandacht voor (poly)trauma
  • Elke zwangere met elektrisering: moeder én foetus observeren
E3 Hypothermie
MUG
Overweeg MUG-assistentie
Steeds bij temperatuur <32°C, gedaald bewustzijn of hemodynamische instabiliteit

Centrale lichaamstemperatuur <35°C

Algemene maatregelen
  • Patiënt volledig uitkleden en afdrogen (indien nodig, bv. drenkeling) en in een warme omgeving leggen met isolatiedeken/verwarmingsdeken
  • Anamnese: ontdekking? Vermoedelijke duur? Andere pathologie?
  • Monitoring (ECG, BD, saturatie, T°)
  • Bepaling glycemie!
  • O₂ op geleide van saturatie (doch allicht moeilijk meetbaar)
  • IV-toegang en Plasmalyte, opgewarmd tot 38–42°C indien mogelijk
Behandeling volgens kerntemperatuur
KerntemperatuurZonder cardiaal arrestMet cardiaal arrest
32–35°C (mild)Passieve opwarming (warme omgeving, dekens), observatieHartstilstand waarschijnlijk niet door hypothermie: klassieke ALS (R1), adrenaline-interval 6–10 min
30–32°C (matig)Horizontaal en zonder stoten verplaatsen, zo weinig mogelijk bewegen; actieve externe opwarming van de romp na IV-toegang; intubatie door MUG MUG (risico op VF)ALS; adrenaline-interval verdubbelen (6–10 min); amiodarone volgens standaard-ALS
<30°C (ernstig)Hoog risico op hartstilstand: rechtstreeks naar een centrum met ECLSALS onder mechanische CPR; max 3 shocks, verdere shocks pas boven 30°C; adrenaline 1 mg IV eenmalig (niet als ECPR meteen start); geen amiodarone; transfer naar ECLS-centrum. Onder 28°C: intermitterende CPR mag als continue CPR niet haalbaar is
Bij hypothermie + hartstilstand: Onder 30°C: adrenaline 1 mg IV eenmalig (daarna accumulatie, meer schade dan baat). Bij 30–35°C: adrenaline-interval 6–10 min.
Men sterft niet koud! ALS voortzetten tot T° ≥32°C (behalve bij uitzonderlijke omstandigheden: polytrauma, hoogbejaarde persoon).
E4 Hyperthermie
  • Oorzaken: inspanning, zonne-/hitteslag, intoxicatie (XTC/MDMA, amfetaminen, cocaïne, 3-MMC)
  • Monitoring (ECG, saturatie, AH, BD, T°)
  • IV Plasmalyte 500 ml, vochtbolus bij hypotensie
  • Snel afkoelen: uitkleden, water besproeien, vochtige doeken
  • Cold packs in hals, oksels, liezen, buik
  • Paracetamol heeft geen effect bij hyperthermie
  • Neurologische beoordeling o.b.v. GCS
E5 Verdrinking
MUG
MUG-assistentie bij:
  • Hemodynamische instabiliteit
  • GCS <8/15
Veiligheid equipe! Elke drenkeling = mogelijk werveltrauma + hypothermie tot tegenbewijs.
  • Horizontale extractie uit water, headblocks, immobilisatie wervelkolom
  • "Bijna-verdrinking" ogenschijnlijk ongedeerd: bij waterinhalatie steeds hospitaliseren (risico op respiratoire en ionenstoornissen)
  • Symptomatisch: O₂ 15 L/min, uitkleden, afdrogen, isolatiedeken, monitoring (ECG, BD, SpO₂, AH, T°, glycemie), Plasmalyte IV
  • Verdrinking (hartstilstand): ALS-protocol rekening houdend met hypothermie, overweeg ECLS-kandidaat
E6 CO-intoxicatie en verbrandingsgassen
Denk aan CO waar je het niet verwacht. Saturatiemeter is onbetrouwbaar! Gebruik persoonlijke CO-detector.
  • Woning evacueren (inclusief dieren). EIGEN VEILIGHEID PRIMEERT!
  • Behandel in open lucht of ziekenwagen
  • O₂ 15 L/min oxymask (eerste behandeling = verwijdering + O₂)
  • Monitoring: ECG, BD, SpO₂, neurologische status
  • 12-afleidingen ECG
  • Plaats IV-toegang bij verminderd bewustzijn
  • Verwijs naar centrum met hyperbare O₂-kamer: bij zwangerschap, verminderd bewustzijn of manifeste neurologische tekens, angor/ischemie
T Trauma ▼
T1 Zwaar (cranieel) trauma
MUG
Steeds MUG-assistentie
Zwaar trauma = vermoeden cervicaal letsel = hoofdimmobilisatie met headblocks (tenzij NEXUS-criteria voldaan)
NEXUS-criteria — geen spinale immobilisatie indien ALLE criteria voldaan:
• Geen pijn bij palpatie posterieure middellijn cervicale wervelkolom
• Geen focale neurologische uitvalsverschijnselen
• Normaal bewustzijn
• Geen intoxicatie (alcohol, drugs)
• Geen pijn door afleidend letsel (brandwonden, fracturen)
  • Veiligheid equipe evalueren
  • Bilan omstandigheden — indirecte criteria ernstbepaling (hoog-energetisch, overlijden andere patiënt, ejectie)
  • Headblocks, as hoofd-hals-lichaam vrijwaren
  • O₂ 15 L/min oxymask
  • Aspiratie zo nodig
  • Monitoring: ECG, SpO₂, BD (beide armen indien mogelijk), AH
  • IV: 500 ml NaCl 0,9% (2 lijnen, ev. IO)
  • Indien BD <90 mmHg of HF >120/min: Plasmalyte 500 ml snel, herhaal zo nodig
  • Kind: NaCl 0,9% 10–20 ml/kg bolus
  • Neurologische status: pupillen, GCS, ledemaatbeweging
  • Secundaire survey: hoofd tot voeten, volledig ontkleden
  • Wonden/fracturen/bloedingen: stoppen, repositie, spalk
  • Analgesie: zie pijnprotocol
Tranexaminezuur (Exacyl): Enkel bij trauma <3u + significante bloeding of tekens hemorragische shock
Tranexaminezuur 1 g IV over 10 min, gevolgd door 1 g IV over 8u
Niet bij trauma >3u!
T2 Catastrofale externe bloeding
Indicatie onmiddellijke tourniquet: Levensbedreigende lidmaatbloeding + airway/breathing management nodig | Amputatie | Uitgebreid balistisch/verhakkeld letsel | Niet benaderbare bloeding | MCI
  • Directe druk → Israëli-verband
  • Overweeg: topische hemostatica (Celox), wound packing
  • Wonde geschikt voor tourniquet → CAT of pneumatisch tourniquet
  • Zo nodig 2e tourniquet
  • Na 60 min: overweeg "trial of tourniquet conversion"
  • IV-toegang 14G–18G (poging <2 min, anders IO)
  • Vochtbolussen 250 ml — voorkeur Plasmalyte-A of Volulyte
Eindpunten resuscitatie:
Normotensief: SBP >90 mmHg | Hypotensief (permissief): SBP 80–90 mmHg of palpabele radialis | TBI: SBP >100 mmHg
T3 Amputatie en plettrauma
  • Veiligheid hulpverleners! ABC, identificatie shocktekens, bloedingsdetectie
  • Bloedstop: compressie/knelverband, ev. CAT-tourniquet
  • Tijdstip aanleggen CAT noteren! Max 120 min
  • Monitoring, O₂, 2 IV-lijnen groot kaliber
  • Vulling: Plasmalyte bij BD <90 mmHg, evalueer per 250 ml/5 min
  • Pijnstilling: fentanyl 1 µg/kg IV (cave BD!)
  • Anxiolyse: lorazepam (Temesta) 1 mg SL
  • Geamputeerd lidmaat: droog bewaren, hermetisch inpakken, koelen (water+ijs), nooit direct contact met ijs
  • Gekneld lidmaat >1u: waakzaam voor crush-syndroom
T4 Open fractuur
  • ABC, identificatie shocktekens, bloedingsopsporing
  • Bloedstop: steriel verband met HAC bevochtigd
  • Monitoring, O₂, IV-toegang(en)
  • Vulling bij BD <90 mmHg (kind: NaCl 0,9% 20 ml/kg bolus)
  • Pijnstilling: fentanyl 1 µg/kg IV + lorazepam (Temesta) 1 mg SL
  • Reductie enkel door MUG-team, spalk, steriel afdekken
S Symptoombestrijding ▼
S1 Pijn — traumatisch
Ter herinnering: reduceren, aligneren en fixeren geeft de belangrijkste pijnvermindering.
Volwassenen
Milde pijn (VAS 4–7)
• Paracetamol 1 g PO of IV (over 15 min)
EN
• Ibuprofen 600 mg IV
Zo nodig:
• Tramadol (Tradonal Odis) 50 mg PO of tramadol 100 mg IV + alizapride (Litican) 50 mg in minibag
CAVE NSAID: >75 jaar, maagproblemen, gastric bypass, nierinsufficiëntie
Ernstige pijn (VAS >7)
• Paracetamol 1 g IV (over 15–30 min)
• Tramadol 100 mg + alizapride (Litican) 50 mg in minibag
EN opioïd (voorwaarden: wakker/suf, GCS >12, AH >10/min, sysBD >100 mmHg):
• Voorkeur: Fentanyl 1 µg/kg IV: 1 amp (100 µg/2 ml) optrekken tot 10 ml → 1 ml/10 kg; zo nodig herhalen tot VAS <4
OF Morfine 0,05 mg/kg IV (10 mg op 20 ml → 1 ml/10 kg), getitreerd, herhaal na 5 min
OF Sufentanil sublinguaal (Dzuveo) 30 µg SL (volwassenen >50 kg; zie hieronder)
Monitoring vitale parameters!
  • Alizapride (Litican) 50 mg IV bij nausea en braken
  • De trappen van pijnstilling respecteren; de volgorde mag aangepast worden zo nodig
Sufentanil sublinguaal (Dzuveo) 30 µg: enkel volwassenen, zelfde voorwaarden als voor een opioïd hierboven.
• Tablet met de applicator onder de tong; niet kauwen of slikken; 10 min niet eten of drinken en zo weinig mogelijk praten
• Werking na 15–30 min; herhalen ten vroegste na 1 u
• Contra-indicatie: significante ademhalingsdepressie
• Monitoring SpO₂ en AH, naloxon klaar (zie D7)
Kinderen

Dosissen per gewicht: PediMed → Analgesie.

Lichte pijn (VAS 2–4)
Paracetamol
• PO: 15 mg/kg
• IR: >3 maanden 40 mg/kg; 1–3 maanden 30 mg/kg
Milde pijn (VAS 4–7)
Paracetamol PO of IR (zie lichte pijn) of IV 15 mg/kg
EN/OF
Ibuprofen suppo 10 mg/kg (vanaf 3 maanden)
Ernstige pijn (VAS >7): bij deformatie van een lidmaat, zeer ernstige orthopedische pijn, beklemming, brandwonden
Paracetamol IV 15 mg/kg of IR (zie lichte pijn)
EN
• Voorkeur: Fentanyl 1 µg/kg IV of 2 µg/kg IN (tabel hieronder)
OF Morfine 0,1 mg/kg IV traag (10 mg op 10 ml = 1 mg/ml → 1 ml/10 kg); zo nodig een halve dosis herhalen
Bij nausea of braken: alizapride (Litican) 1 mg/kg IV
Fentanyl INDosis (2 µg/kg)Volume (50 µg/ml)
11–15 kg30 µg0,6 ml
16–20 kg40 µg0,8 ml
21–25 kg50 µg1,0 ml
26–30 kg60 µg1,2 ml
31–40 kg80 µg1,6 ml
41–50 kg100 µg2,0 ml

IV-oplossing puur (50 µg/ml) via MAD; steeds 0,1 ml extra optrekken voor de dode ruimte.

Aanvullende analgesie (na overleg arts)
Ketamine (subdissociatieve dosis): Ketamine 0,25–0,5 mg/kg IV traag over 2 min. Combineer met benzo (midazolam 1–2 mg) ter preventie dissociatieve effecten.
Enkel na overleg met arts!
S2 Pijn — niet-traumatisch
Nierkoliek:
Paracetamol 1 g IV +
Ibuprofen 600 mg IV (zo geen maagulcera/allergie)
Zo VAS >7: voeg opioïd toe (zie pijnprotocol)
Alizapride (Litican) 50 mg IV bij nausea/braken
Abdominale pijn:
Paracetamol 1 g IV
Bij krampen: Butylhyoscine 20 mg IV in 50 ml NaCl
Zo VAS >7: voeg opioïd toe
Alizapride (Litican) 50 mg IV bij nausea/braken
Thoracale pijn (niet-cardiaal):
Paracetamol 1 g PO/IV
Tramadol 50 mg SL of 100 mg IV in minibag
Zo VAS >7: voeg opioïd toe
Hoofdpijn:
Paracetamol 1 g IV
Ibuprofen 600 mg IV
Bij ernstige aanval met braken: 500 ml Plasmalyte + alizapride (Litican) 50 mg IV
S3 Nausea en braken
  • Veiligheidshouding (verminderd bewustzijn) of rechtop zitten
  • Vermijd eten/drinken, frisse omgeving
  • Zoek en behandel oorzaak!
Indicatie IV anti-emetica: Acuut hevig braken (geen PO mogelijk), oncomfortabel transport, dreigend uitdrogen
Alizapride (Litican) — Volw: 50 mg IV (max 4×/dag) | Kind: 1 mg/kg IV (max 50 mg, max 4×/dag)
CI: zwangerschap, Parkinson, ileus/GI-bloeding/-perforatie, feochromocytoom
V Varia ▼
V1 Bevalling
MUG
MUG-assistentie bij:
  • Bevalling nakend (Malinas ≥5, persdrang of zichtbaar hoofd)
  • Zwangerschap <37 weken, meerling of stuitligging
  • Navelstrengprolaps of schouderdystocie
  • Pre-eclampsie of convulsies
  • Fors bloedverlies vóór of na de geboorte
  • Pasgeborene die niet goed ademt of reanimatie nodig heeft
De moeder is de beste couveuse voor de baby: huid-op-huid contact, afdrogen en warm houden.
Toepassingsgebied en MALINAS-score

Vrouwen met een zwangerschap van 26 weken of meer, met weeën of persdrang. De MALINAS-score is de som van de vijf parameters.

Score012
Zwangerschap (pariteit)12≥3
Duur arbeid<3 u3–5 u>5 u
Duur contracties<1 min1 min>1 min
Interval contracties>5 min3–5 min<3 min
VruchtwaterverliesNeeRecent>1 u
Score <5Transport naar de materniteit is meestal mogelijk, in linker zijligging
Score ≥5, persdrang of zichtbaar hoofdBevalling nakend: bereid de bevalling ter plaatse voor en vraag MUG
Algemene maatregelen
  • Anamnese (zwangerschapsboekje): zwangerschapsduur, pariteit, meerling, ligging (stuit?), vruchtwaterverlies (kleur: meconium?), bloedverlies, pre-eclampsie (HTA, hoofdpijn, visusstoornissen, epigastrische pijn, convulsies), placenta praevia
  • Zichtbaar hoofd, bloedverlies, navelstreng?
  • Verwittig de materniteit (verloskundige van wacht)
  • Vanaf 20 weken nooit plat op de rug: linker zijligging of links gekantelde houding
  • Monitoring: BD, pols, SpO₂, T°; IV-toegang met Plasmalyte
  • Transport: installeer de patiënte in de ziekenwagen met het hoofd aan het voeteneinde (goed bereikbaar als de bevalling toch start)
  • Warme omgeving (verwarming aan, ramen en deuren dicht); leg klaar: bevallingsset, droge warme doeken, muts, 2 navelklemmen, schaar, neonataal ballon-masker
Convulsies bij een zwangere (≥20 weken) of kort na de bevalling: denk aan eclampsie
Linker zijligging, O₂, glycemie. Magnesiumsulfaat 4 g IV over 15 min (arts). Aanhoudende convulsies: benzodiazepine volgens D3 (geen valproaat bij zwangerschap).
Bevalling
  • Halfzittende houding, handschoenen, steriele doeken onder het bekken
  • Ondersteun het perineum; laat het hoofd gecontroleerd geboren worden (niet trekken, tussen de weeën laten puffen)
  • Vliezen nog intact over het zichtbare hoofd: breek ze met een steriele klem (kocher)
  • Navelstreng rond de hals: los (frequent) → laat over het hoofd of over de schouders glijden; strak en niet te verschuiven (zeldzaam) → 2 steriele klemmen, knip ertussen
  • Wacht op de volgende wee: het hoofd draait vanzelf. Voorste schouder: hoofd licht naar beneden begeleiden; achterste schouder: naar boven, terwijl je het perineum ondersteunt
  • Noteer het uur van de geboorte
  • Baby meteen huid-op-huid op de buik van de moeder: afdrogen, natte doek weg, muts, bedekken met een droge warme doek
  • Navelstreng bij een vitale baby pas na minstens 60 s afklemmen: 2 steriele klemmen op ±15 cm van de navel, knip ertussen
Stuitligging: "hands off", laten doen. Niet trekken; ondersteun het lichaam in een warme doek met de rug van de baby naar boven. Blijft het hoofd steken: MUG.
Schouderdystocie (hoofd geboren en trekt terug tegen het perineum, schouders volgen niet): noteer het uur. McRoberts: beide dijen maximaal naar de buik + suprapubische druk (niet op de fundus). Niet trekken aan het hoofd.
Navelstrengprolaps: navelstreng zo weinig mogelijk aanraken (vasospasme); warm en vochtig houden (steriel kompres). Voorliggend deel manueel opduwen en zo houden tijdens transport; knie-elleboogligging of linker zijligging met het bekken hoog. Spoedtransport, verwittig de materniteit.
Meerling: geen oxytocine vóór alle kinderen geboren zijn.
Vroeggeboorte <32 weken: lichaam niet afdrogen maar tot aan de hals in een plastic zak, hoofd afdrogen, muts.
Opvang van de pasgeborene
Opvang pasgeborene
Geboorte: noteer het uur. Afdrogen en stimuleren, natte doek weg, muts, warm houden
↓
Goede tonus, ademt of huilt, hartfrequentie >100/min?
JA Huid-op-huid bij de moeder, warm houden. Navelstreng afklemmen na ≥60 s. APGAR na 1, 5 en 10 min.
NEE Apneu, gasping of HF <100/min: roep MUG, verder hieronder
↓
Open de luchtweg: hoofd in neutrale positie (ev. schouderrol), jaw thrust. Enkel bij zichtbare obstructie kort uitzuigen (max 5 s, vooraan in de mond; cave reflexbradycardie)
↓
5 inflatiebeademingen van 2–3 s, met lucht (21% O₂). Druk 30 cmH₂O (≥32 weken) of 25 cmH₂O (<32 weken); PEEP 6 cmH₂O
↓
Stijgt de hartfrequentie?
JA Beadem 30/min tot de baby zelf goed ademt
NEE Beweegt de borstkas niet: herpositioneer, herhaal de 5 inflatiebeademingen. Beweegt ze wel: beadem 30 s aan 30/min (15 beademingen) en herevalueer
↓
HF <60/min na 30 s effectieve beademing: borstcompressies 3:1 (90 compressies + 30 beademingen per min), O₂ 100%, herevalueer elke 30 s
↓
IV/IO-toegang, adrenaline 10–30 µg/kg
Richtwaarden SpO₂ preductaal (rechterhand): 2 min 65% · 5 min 85% · 10 min 90%. Lichaamstemperatuur 36,5–37,5°C.
APGAR012
KleurBlauw of bleekRomp roze, ledematen blauwVolledig roze
HartfrequentieGeen<100/min≥100/min
Reactie op prikkelGeenGrimasHuilt krachtig
TonusSlapWat flexieActieve bewegingen
AdemhalingGeenTraag, onregelmatig, gaspingGoed, huilt

Score na 1, 5 en 10 min (0–10).

Zorg voor de moeder
  • Oxytocine (Syntocinon) 5 IE traag IV of IM (arts), om de uterus te laten samentrekken en het bloedverlies te beperken
  • Masseer de uterus (fundus) tot hij hard aanvoelt
  • NOOIT trekken aan de navelstreng. De geboorte van de placenta is geen urgentie (kan in het ziekenhuis); een goed samengetrokken uterus en het voorkomen van fors bloedverlies zijn wel uiterst belangrijk
  • Placenta meenemen naar het ziekenhuis
  • Perineumscheur: druk met steriel kompres; volg bloedverlies, BD en pols
Postpartumbloeding (>500 ml of tekenen van shock): MUG. Uterusmassage, oxytocine (zie hoger), tranexaminezuur (Exacyl) 1 g IV over 10 min (binnen 3 u na de geboorte), vulling volgens C3 Shock.
Cardiaal arrest bij een zwangere (≥20 weken): reanimatie volgens R1 met manuele verplaatsing van de uterus naar links; MUG (resuscitatieve hysterotomie).
V2 MIP — Medisch Interventieplan
Het beheer van de situatie en de organisatie primeert op de zorg!
Wanneer het rampenplan starten?
  • 5 zwaargekwetsten, of
  • 10 gekwetsten van verschillende ernst, of
  • elke evolutieve situatie (brand, gaslek, …), of
  • elke situatie met een belangrijke evacuatie van personen

Wie start? Hulpcentrum 112, op basis van de informatie van ziekenwagen, PIT of leider D1, of op vraag van de DirMed of de Federale Gezondheidsinspecteur.

METHANE — eerste melding bij een grootschalig incident:
Major incident — wat is er gebeurd?
Exact location — exacte locatie, zo nauwkeurig mogelijk
Type incident — explosie, instorting, verkeersongeval, …
Hazards — welke gevaren zijn aanwezig of dreigen?
Access — hoe is het rampgebied bereikbaar?
Number of casualties — inschatting aantal en soort slachtoffers
Emergency services — welke hulpdiensten aanwezig/vereist?
Aandachtspunten
Onderweg (ramp vooraf aangekondigd):
• Vraag het eerste bestemmingspunt (rendez-vouspunt)
• Informeer je over de gespreksgroep en de gespreksmap
• Radiocommunicatie niet overbelasten!
Bij aankomst ter plaatse:
• Parkeer zo dat een "ongeval op ongeval" vermeden wordt
• Rook of toxische dampen: bepaal de windrichting, ga ter plaatse met de wind in de rug
• Parkeer zodat andere hulpvoertuigen nog kunnen passeren
• Laat de sleutels op het voertuig
• Neem meteen contact op met de verantwoordelijke van je discipline
Triage op het terrein (START)

Door hulpverleners, met kleurenstickers volgens Simple Triage And Rapid Treatment: zo snel mogelijk zorg in de VMP voor de zwaarst gekwetsten, en wilde evacuatie van valide gekwetsten vermijden.

In staat te lopenGEEL
Kan niet stappen, wel bewustGEEL
Kan niet stappen + bewusteloos: stabiele zijliggingROOD
Kan niet stappen + respiratoire distressROOD
Kan niet stappen + uitwendige bloeding: compressieverbandROOD
Kan niet stappen + afwezige polsZWART
OverledenZWART
Triage in de VMP (METTAG)

METTAG-kaarten, toegekend door de triërende arts aan de ingang van de VMP. Prioriteit voor zorg én evacuatie.

  • U1 — absolute urgentie: onmiddellijke, urgente vitale handelingen nodig
  • U2 — relatieve urgentie: geen levensbedreigend risico, handelingen ter stabilisatie
  • U3 — lichte zorgen: evacuatie mogelijk in zittende houding
  • Identificatienummer: laat toe het slachtoffer te volgen; noteer vitale parameters en de voornaamste pathologie
Organisatie
Gevolgen van het starten: verhoogde inzet van middelen:
• 3 MUG's en 5 ziekenwagens
• rampenkoffers van het dichtstbijzijnde ziekenhuis
• de VMP
• verwittigen van de gezondheidsinspecteur
• vooralarm 105 voor SIT en 3 ziekenwagens
• vooralarm PSM (psychosociale manager)
Coördinatie van de hulpverlening per discipline.
Coördinatie:
• Medische autoriteit ter plaatse: MUG 1, daarna de DirMed
• Autoriteit hulpverlening: brandweerofficier met de hoogste graad
• Coördinatiecomité: D1 (brandweer), D2 (medisch, sanitair en psychosociaal), D3 (politie), D4 (logistiek), D5 (informatie)
• Vertegenwoordiger D2 in het comité: de gezondheidsinspecteur
Desactivering: enkel door de 1e MUG, de DirMed of de gezondheidsinspecteur.
P Procedures ▼
P1 CPAP-Boussignac

Open ademhalingshulpmiddel voor spontaan ademende patiënten. Past op elk aangezichtsmasker, ETT of tracheotomietube. Druk via virtuele klep, gegenereerd door microchannel-gasflow.

Indicaties: Acuut longoedeem, hypoxie zonder ETT-noodzaak.
Voordelen: Gebruiksvriendelijk, open systeem, vermindert ademarbeid.
  • Connecteer verlengstuk op groene ingang van CPAP
  • Connecteer aan gasbron (O₂ of lucht) tot 30 L/min
  • Positioneer masker, fixeer harnas
  • Koppel manometer, open debietmeter tot 10–15 L/min
  • Zoek lekkagezones masker op, pas harnas aan
  • Pas debiet aan tot gewenste druk (0–15 cm H₂O)
P2 Intra-osseuze toegangsweg (IO) / Botboor
Indicatie: kritiek zieke patiënt of hartstilstand waarbij een IV-toegang niet snel lukt.
Niet in: gefractureerd bot, bot met recente IO-poging (<48 u), infectie of brandwonde op de insteekplaats, prothese, landmarks niet voelbaar.
1. Proximale tibia2 cmpatellatuberositasmediaal →Volw.: ± 2 cm mediaal van de tuberositasKind: 1 vinger onder en mediaal
2. Proximale humerustuberculummajuscollum chirurgicum45°, naar andere heupArm tegen romp, hand op navel± 1 cm boven collum chirurgicum
3. Distale tibia3 cmmalleolus med.vlak mediaal deel± 3 cm boven de malleolus medialis(kind 1–2 cm)
4. Distale femur (kind)1–2 cmpatellabeen gestrekt1–2 cm boven de patellamiddellijn, licht mediaal

Vooraanzicht (distale tibia: mediaal aanzicht) — ⊕ = insteekplaats

Insteekplaats
  • Proximale tibia (eerste keuze): volwassene ± 2 cm mediaal van de tuberositas tibiae, op het vlakke deel; kind 1 vingerbreedte onder en mediaal van de tuberositas (niet voelbaar: 2 vingers onder de onderste punt van de patella, 1 vinger mediaal)
  • Proximale humerus (volwassene): arm tegen de romp, elleboog gebogen, hand op de navel; voel het tuberculum majus, insteek ± 1 cm boven het collum chirurgicum, naald 45° gericht naar de tegenoverliggende heup
  • Distale tibia: ± 3 cm boven de malleolus medialis (kind 1–2 cm), op het vlakke mediale deel
  • Distale femur (enkel kind): been gestrekt, 1–2 cm boven de patella, in de middellijn of licht mediaal
Naald (EZ-IO)
  • Roze 15 mm: 3–39 kg — blauw 25 mm: ≥3 kg — geel 45 mm: ≥40 kg, bij veel weke delen of humerus volwassene
  • Na doorprikken van de huid tot op het bot moet minstens 1 zwarte lijn (5 mm) zichtbaar zijn; anders een langere naald
Techniek
  • Ontsmet, naald loodrecht (90°) op het bot (humerus: 45°)
  • Boor tot "loss of resistance"; niet forceren
  • Verwijder mandrijn, plaats voorgevuld verlengstuk
  • Controleer: bloed opzuigbaar, vloeistof inspuitbaar zonder weerstand, geen extravasatie
  • Flush met NaCl 0,9% (volwassene 10 ml, kind 5 ml); infuus onder druk
  • Fixeer met EZ-Stabilizer, breng armbandje aan (tijdstip)
P3 CAT — Combat Application Tourniquet
  • Enkel rondom een lidmaat — ±5 cm proximaal van de wonde
  • Niet over een gewricht — mag over kleding
  • Open tourniquet, plaats rond lidmaat
  • Band door gesp (staaf naar boven), positioneer
  • Trek zelfklevende band strak, kleef vast
  • Draai staaf tot bloeding stopt en distale pols niet meer voelbaar
  • Blokkeer staaf in haakjes, fixeer met zelfklevende strip
  • Noteer de tijd!
  • Zorg voor adequate pijnstilling
  • Bloeding stopt niet → 2e tourniquet proximaal van de eerste
CAT-tourniquet maximaal 120 minuten!
P4 Vingerthoracostomie
MUG
Steeds MUG-assistentie — uitgevoerd door de MUG-arts; de PIT bereidt het materiaal voor en assisteert
Indicatie: vermoeden van spanningspneumothorax bij een beademde patiënt in (dreigende) traumatische hartstilstand: asymmetrisch ademgeruis, subcutaan emfyseem, tracheadeviatie, stijgende beademingsdruk, hypotensie.
Materiaal: steriele handschoenen, ontsmetting, scalpel (mesje nr. 10), Péan- of Kocherklem.
Vingerthoracostomie — veiligheidsdriehoekarm in abductie234567rand m. pectoralis majorrand m. latissimus dorsitepelhoogtevoorste axillairlijn4e–5e ICR,net boven de 5e ribdoorsnedeV A Znet boven rib
  • Arm in abductie (90° of boven het hoofd)
  • Bepaal de veiligheidsdriehoek: rand m. pectoralis major, rand m. latissimus dorsi, horizontale lijn op tepelhoogte
  • Plaats: 4e–5e intercostale ruimte, voorste axillairlijn
  • Ontsmet; incisie van 3–4 cm in de huid, evenwijdig met en net boven de 5e rib
  • Stomp prepareren met de klem over de bovenrand van de rib (zenuw en vaten lopen aan de onderrand) tot door de pleura
  • Vinger in de thorax: voel de long, maak de opening vrij; luchtontsnapping bevestigt de spanningspneumothorax
  • Laat de opening open, niet luchtdicht afdekken; herhaal de vingersweep bij hernieuwde verslechtering
  • Traumatische hartstilstand zonder verbetering: ook aan de andere zijde
Enkel bij positievedrukbeademing. Bij een spontaan ademende patiënt volgt een thoraxdrain. Naalddecompressie in de 2e intercostale ruimte midclaviculair is vaak te kort of verstopt.
P5 Cricothyreotomie (coniotomie)
MUG
Steeds MUG-assistentie — uitgevoerd door de MUG-arts; de PIT bereidt het materiaal voor en assisteert
Indicatie: "cannot intubate, cannot oxygenate" (CICO): oxygenatie faalt ondanks masker, supraglottisch device (I-gel) en intubatiepoging.
Materiaal (scalpel-bougie-tube): scalpel met mesje nr. 10, bougie, ETT 6.0 met cuff, ballon, capnografie.
Kind <8 jaar: geen chirurgische coniotomie; naaldconiotomie door de MUG.
Coniotomie — anatomische landmarkskinos hyoideumschildkraakbeen(adamsappel)membranacricothyroidearingkraakbeen(cricoïd)tracheaschildklierhorizontalesteekincisie
  • Hoofd in extensie (rol onder de schouders); blijf oxygeneren langs boven
  • "Laryngeal handshake": fixeer het strottenhoofd met de niet-dominante hand, wijsvinger op het membraan tussen schildkraakbeen en ringkraakbeen
  • Membraan voelbaar: horizontale steekincisie door huid en membraan, scherpe zijde van het mes naar de operator
  • Draai het mes 90° (scherpe zijde naar de voeten) en trek licht naar je toe om de opening te openen
  • Schuif de bougie langs het mes de trachea in; verwijder het mes
  • Schuif de ETT 6.0 over de bougie, verwijder de bougie, blaas de cuff op
  • Beadem, bevestig met capnografie, fixeer
  • Membraan niet voelbaar: verticale incisie van 8–10 cm in de middellijn, stompe dissectie met de vingers tot op het membraan, dan verder zoals hierboven
Naslag ▼
Nuttige telefoonnummers
Intern (015 89 + toestel)
Onthaal spoed2090
Hoofdverpleegkundige Bart Rens1224
Teamleider Nils1408
Teamleider Celine1407
Medisch diensthoofd3501
URG TRI3502
URG Floor3503
URG INT3504
URG HLK3505
URG Libero3892
URG N13506
URG N23507
Triage vpk4400
Intensivist van wacht3510
Medisch coördinator OK3340
Massief transfusieprotocol4480
Cardiofoon3551
Psychofoon2212
Spoed andere ziekenhuizen
UZA Edegem03 821 46 07
UZ Leuven016 34 39 00
UZ Brussel02 477 51 00
Imelda Bonheiden015 50 50 40
Heilig Hart ZH Lier03 491 23 44
AZ Jan Portaels02 257 56 80
GZA Augustinus Wilrijk03 443 39 00
GZA Vincentius03 285 20 00
ZNA Middelheim03 280 40 52
ZNA Cadix03 339 71 00
ZNA Jan Palfijn03 640 20 00
AZ Rivierenland Reet03 880 90 11
AZ Monica Deurne03 320 57 01
AZ Rivierenland Bornem03 890 16 03
BWC Neder-Over-Heembeek02 264 48 48
BWC Cadix03 339 76 40
BWC UZ Leuven016 34 87 50

Tik op een nummer om te bellen.

ECG-ritmeherkenning — snelreferentie

Herken het ritme op de monitor. Bij twijfel: overleg spoedarts voor ECG-interpretatie.

Sinusritme (normaal)
Regelmatig, smal QRS, P-toppen aanwezig. HF 60–100/min
Sinustachycardie
Regelmatig, smal QRS, P-toppen, HF >100/min. Behandel oorzaak.
⚡ Ventrikelfibrillatie (VF) — SCHOKBAAR
Chaotisch, onregelmatig, geen herkenbare QRS. → Defibrilleer!
⚡ Ventriculaire tachycardie (VT) — BREED QRS
Breed, regelmatig, snel, geen P-toppen. Met pols → amiodarone; zonder pols → defibrilleer!
Asystolie — NIET SCHOKBAAR
Vlakke lijn (controleer aansluitingen!). → Adrenaline 1 mg IV ASAP, CPR
PEA — NIET SCHOKBAAR
Georganiseerd ritme op de monitor, maar géén voelbare pols. → CPR, adrenaline 1 mg IV zo snel mogelijk, zoek 4 H's en 4 T's (R1)
⚡ Torsades de Pointes (polymorfe VT) — SCHOKBAAR
"Draaiende punten": spoelvorm, polariteit wisselt; vaak na lang QT. Zonder pols → defibrilleer! Met pols → MgSO₄ 2 g IV over 10 min
STEMI — ST-elevatie
ST-segment omhoog. → Aspirine + heparine + cathlab ASAP! Cave onderwand: II, III, aVF
SVT — supraventriculaire tachycardie (smal QRS)
Regelmatig, smal, snel, geen P-toppen. → Valsalva-manoeuvre, overweeg adenosine (arts)
Voorkamerfibrillatie (VKF)
Onregelmatig, smal QRS, geen P-toppen, fibrillerende basislijn. Documenteer, geen acute actie bij stabiel.
AV-blok 3e graad (compleet)
P-toppen en QRS lopen los van elkaar; trage, brede escape beats (20–40/min). → Bradycardie-algoritme (C2): atropine, pacing
Pediatrische rekenregels (PRIL-lint)
PediMed rekentool: bereken automatisch gewicht, tube­maten en medicatiedosissen op basis van leeftijd/gewicht. Openen →
ParameterFormule
Gewicht 0–12 m(leeftijd in maanden + 4) / 2
Gewicht 1–5 j8 + (2 × leeftijd in jaar)
Gewicht 6–12 j7 + (3 × leeftijd in jaar)
Bloeddruk (syst.)85 + (2 × leeftijd in jaar)
AH-frequentie40 − (2 × leeftijd in jaar)
ETT-diameter (uncuffed)4 + (leeftijd / 4)
ETT-diameter (cuffed)3,5 + (leeftijd / 4)
ETT neonaat3–3,5 mm
Handpalm= 1% lichaamsoppervlak
Capillaire refill<2 sec normaal (5 sec sternale druk)
Vochtbolus:
Ziek: NaCl 0,9% 20 ml/kg | Trauma: NaCl 0,9% 10 ml/kg per keer
Hypoglycemie: Glc 10% 2 ml/kg, gevolgd door Glc 5% infuus
Snelreferentie medicatie
MedicamentDosisIndicatieCave
Adrenaline0,01 mg/kg IV (verdun 1 amp tot 10 ml)Reanimatie, anafylaxie—
AmiodaroneVolw: 300 mg / Kind: 5 mg/kgVF/pVT refractairHD-effect bij snel IV
Atropine0,5 mg IV (max 3 mg volw.)BradycardieMax 0,04 mg/kg kind
CaCl₂20 mg/kg traag IVHyperkaliëmie, -magnesiëmieAritmieën
Etomidaat0,1–0,2 mg/kg IVHypnoticum (snelwerkend)Myoclonieën, pijn bij inspuiten
Fentanyl1–2 µg/kg IVAnalgesie (snel piekeffect)AH-depressie, thoraxrigiditeit
FlumazenilPer ml titreren (max 1 mg)Benzo-antidotumOnrust, hersedatie na 1u
Ketamine1–2 mg/kg IVHypnose/analgesieHypertensie, combineer met benzo
MgSO₄1–2 g IV traagRefractair VF, eclampsieBD-daling, flush, AH-depressie
Morfine0,05–0,1 mg/kg IVAnalgesieAH-depressie, BD-daling
NaBic 8,4%1 mEq/kg IVErnstige acidose, hyperkaliëmieHartstilstand
NaloxonVerdun tot 10 ml, titreer per mlOpioïd-antidotumSnelwerkend, kort effect 5–15 min
Propofol1–3 mg/kg IV bolusHypnoticumBD-daling, pijn bij inspuiten
Rocuronium0,6–1,2 mg/kg IVCurarisatie (snelwerkend)—
Sufentanil0,1 µg/kg IVAnalgesieAH-depressie, traag inspuiten
Glasgow Coma Scale
Ogen (E)Verbaal (V)Motoriek (M)
6Voert opdrachten uit
5GeoriënteerdLokaliseert pijn
4SpontaanVerwardNormale flexie (trekt terug)
3Op aansprekenWoordenAbnormale flexie
2Op pijnprikkelKlankenExtensie
1GeenGeenGeen

Totaal 3–15, noteer als E-V-M (bv. E3V4M6 = 13). Niet te beoordelen (bv. zwelling ogen, intubatie): noteer NT.

AVPU-score (kinderen)
AlertWaakt, reageert normaal
VerbalReageert op aanspreken
PainReageert op pijnprikkel
UnconsciousGeen reactie
AMPLE — gestructureerde anamnese
AllergiesAllergieën voor medicatie, voedsel, latex, etc.
MedicationHuidige medicatie (incl. bloedverdunners, insuline, bètablokkers)
Past medical historyRelevante medische voorgeschiedenis, chirurgie
Last mealLaatste maaltijd/inname (relevant bij aspiratierisico)
EventsGebeurtenissen die tot huidige situatie leiden, omstandigheden
ATMIST — overdracht bij trauma
AgeLeeftijd en geslacht
TimeTijdstip van het ongeval (bij vooraankondiging ook de verwachte aankomsttijd)
MechanismLetselmechanisme (bv. snelheid bij verkeersongeval, valhoogte, penetrerend letsel)
InjuriesGevonden of vermoede letsels, van kop tot teen
SignsVitale parameters: AH, SpO₂, pols, BD, GCS (en hun evolutie)
TreatmentGegeven behandeling (bv. tourniquet, medicatie, vocht, immobilisatie)

Eén teamlid geeft de overdracht in ±60 s, naar het ontvangende team gericht; vragen pas na afloop.

BE-FAST (CVA-herkenning)
Balance — Plots verlies van evenwicht?
Eyes — Plots zichtverlies of dubbelzicht?
Face — Vraag te glimlachen, let op asymmetrie
Arm — Vraag armen horizontaal te strekken, let op wegzakken
Speech — Let op spraakstoornis
Time — Noteer aanvangsuur! Time = Brain!
Infuustabel (1 liter)
Tijd (u)ml/uTijd (u)ml/u
0:3020008125
1100010100
25001284
33331662,5
42502050
52002442
61674821
Zuur-base-overzicht
pHCO₂HCO₃⁻Diagnose
↓↑nlRespiratoire acidose
↓↑↑Respiratoire acidose + metabole compensatie
↓nl↓Metabole acidose
↓↑↓Gecombineerde acidose
↑↓nlRespiratoire alkalose
↑nl↑Metabole alkalose
↑↓↑Gecombineerde alkalose
⊕ Nuttige links & bronnen ▼
Referenties & Disclaimer
Dit document is opgesteld op basis van de ERC Guidelines 2025 (gepubliceerd oktober 2025), aangevuld met lokaal protocol. Alle stappen en doseringen moeten geïndividualiseerd worden door de behandelende arts. De meest recente guidelines zijn steeds te raadplegen via www.erc.edu.

Bron: Soar J, Böttiger BW, Carli P et al. European Resuscitation Council Guidelines 2025 Adult Advanced Life Support. Resuscitation 2025;215:110769.
Djakow J, Turner NM, Skellet S et al. European Resuscitation Council Guidelines 2025 Paediatric Life Support. Resuscitation 2025;215:110767.
Truhlar A et al. ERC Guidelines 2025 Special Circumstances in Resuscitation. Resuscitation 2025;215:110753.

Versie: 2026.09.26 — Intern gebruik — Laatste revisie vereist goedkeuring diensthoofd.